UNSCOP

(United Nations Special Committee on Palestine.)

Speciale commissie van de VN (1947) om het slepende conflict tussen Arabische en Joodse inwoners van Palestina op te lossen. Stelt een driedeling van het land voor.

De geschiedenis van Palestina in de periode tussen 1 december 1947 en 15 mei 1948 is op verschillende manieren geschreven en is een belangrijk conflictpunt.

In mei 1947 roepen de Verenigde Naties een speciale commissie in het leven, met als doel het Verdelingsplan uit te werken. UNSCOP doet de aanbeveling, Palestina op te delen in een Arabische staat, een joodse staat en de stad Jeruzalem als corpus separatum, met elkaar verbonden in een economische unie. De commissie stelt dat binnen twee jaar onafhankelijkheid kan worden bereikt.

Op 29 november 1947 neemt de Algemene Vergadering het Verdelingsplan aan. De Arabische regeringen wijzen het af. De Joodse onderhandelaars verklaren het te zullen accepteren.

Onmiddellijk erna ontstaat een gewelddadige strijd om grond. Beide partijen willen zo veel mogelijk terrein voor zich winnen. De opzet is, de ander van het toegewezen gebied te verdrijven. De VN geeft tussen 1 december 1947 en mei 1948 herhaaldelijk verklaringen uit die  groeiende aantallen slachtoffers vermelden. Van beide partijen wordt gevraagd het geweld te stoppen.

Al snel ontstaat twist over de oorzaken voor het ontstaan de van de Palestijnse vluchtelingenstroom. Direct na wat de Joden hun Onafhankelijkheidsoorlog noemen en de Palestijnse Arabieren hun Naqba (= ramp), ontstaan beschuldigingen dat Joodse milities een etnische zuivering hebben uitgevoerd, d.w.z. veel Palestijnse Arabieren met geweld van hun grond hebben verdreven. Volgens sommige historici hebben waarnemers van de VN er, net als Britse militairen, bij gestaan en het zien gebeuren, zonder in te grijpen.

Belangrijkste kritiekpunten

  • Nogal wat critici noemen alleen al het feit dat de VN een speciale commissie voor Palestina in het leven riepen een zware beleidsfout. In die periode zwierven miljoenen mensen in andere landen rond die geen hulp van de VN kregen. Ook speelt de verdachtmaking dat de VN zich niet alleen later, maar al in die beginperiode, veel te veel op de problemen in Palestina focusten.
  • Het Verdelingsplan zelf, als product van UNSCOP, staat bloot aan kritiek, omdat de lokale Arabische bewoners er te weinig in gekend zouden zijn.
  • Andere commentatoren zien het als incorrect dat sommige Arabische landen zich – tegen de afspraken in – niet schikten in de besluiten van de jonge VN, maar een oorlog begonnen. In andere situaties en als het om andere landen gaat wordt deze inschikkelijkheid wél verwacht.
  • Ook is er commentaar op het feit dat de VN kennelijk met twee maten meten en in het Midden-Oosten andere normen hanteren dan voor andere conflicthaarden.
  • Nog vandaag is er onenigheid over het feit dat de VN het land niet op een evenwichtige manier tussen Joden en Arabieren verdeelden, maar dat er marges werden ingebouwd om joodse vluchtelingen uit Arabische landen en Europa (met op de achtergrond de Holocaust) op te vangen.