Ehoed Barak

Israëlisch socialist. 

Succesvol militair: generaal en stafchef. 

Leider van de Arbeiderspartij. 

Premier van Israël van 1999 tot 2001. 

Barak is geboren in 1942 in Palestina, in kibboets Mishmar. Hij komt in 1959 bij de IDF (de Israel Defence Forces, het Israëlische leger) en dient als soldaat en commandant van een elite-eenheid. Neemt actief deel aan twee oorlogen, zowel de Zesdaagse als de Yom Kippoer-oorlog. Wordt onderscheiden met een medaille voor moed en operationele excellentie. Speelt een centrale rol in de vrede met Jordanië en treedt op als onderhandelaar met Syrië. 

Barak treedt op als minister van Binnenlandse Zaken van juli-nov. 1995. Minister van Buitenlandse Zaken van nov. 1995 tot juni 1996. Dient 1996 als lid van de Commissie voor Buitenlandse Zaken en Defensie van de Knesset. Tot Israëlische premier gekozen op 17 mei 1999 als opvolger van Netanyahu. Neemt tevens de functie waar van Minister van Defensie. 

Barak’s regeerperiode loopt uit op een drama. Wat hij de Palestijnen aanbiedt zijn een eigen staat en vrede. Hij onderhandelt, onder leiding van de Amerikaanse president Clinton, intensief met Arafat. Clinton legt achteraf in documentaires de schuld voor de mislukking eenzijdig bij Arafat. Wat hij terugkrijgt is de Tweede of Al-Aksa-Intifada, toenemende onverschilligheid en de wens om een hek (veiligheidsmuur) te bouwen. 

De inhoud van Barak’s vredesvoorstellen is heftig omstreden. Voorstanders spreken over grotere concessies dan ooit. Barak wilde 97% van het bezette gebied teruggeven in ruil voor vrede. Tegenstanders noemen ze – vanwege de ‘Bantoestans’, de kleine en geïsoleerde Palestijnse gebiedjes – een lege huls die de Palestijnse leider Arafat nooit had kunnen accepteren. 

Barak treedt in 2001 af – om de eer aan zichzelf te houden. In de daarop volgende verkiezingen wordt hij verslagen door de meer rechtse Sharon. Het aantal Israëlische kiezers dat een krachtdadig optreden tegen de Palestijnse opstand eist is toegenomen, ten koste van het streven naar vrede en vriendschap. Het geloof in vrede is bij de Israëlische bevolking sterk afgenomen vanwege de zware terreur. Israël krijgt te maken met tientallen geslaagde en honderden verhinderde Palestijnse zelfmoordaanslagen op Israëlisch grondgebied, waarbij veel onschuldige burgers het leven verliezen.