Meer dan 4.000 jaar oude stad in Judea – nu aangeduid als de Westoever van de Jordaan. Omstreden vanwege de er aanwezige heilige plaatsen. Vooral de begraafplaats van bijbelfiguren, Machpela, is een bron van onenigheid. Maar ook de er aanwezige Joodse ‘kolonisten’ zijn een doorn in het oog van tegenstanders van Israël.
Hebron ligt 16 km ten zuiden van Bethlehem, 32 km ten zuiden van Jeruzalem, in “het heuvelland van Judea”, op 930 m. hoogte.
Tel Hebron of tel Rumeida; het woord betekent ‘haver’; ook: Hebreeuws voor ‘vriend’. De Arabische naam (vanaf 630 n. Chr.) is ‘el Khalil’ (Chaliel), wat ‘vriend van God’ betekent en naar Abraham verwijst. De bewoners heten de Kalajla (Chalaajla).
In de Bijbel wordt de plaats ook aangeduid als Kirjat-Arba. De gelijknamige en fel omstreden Israëlische nederzetting van nu grenst direct aan de stad. Volgens het bijbelboek Jozua (hoofdstuk 14) is deze naam ouder dan de naam Hebron. Arba zou een vooraanstaande Enakiet geweest zijn.
Hebron is de voornaamste heilige plaats van de Joden. Volgens sommige bronnen is de stad – vanwege de heilige plaatsen – als historische stad van het Jodendom zelfs belangrijker dan Jeruzalem. Hebron is een belangrijke voedingsbodem voor haat tussen Israëli’s en Palestijnen. Al vanaf circa 1920 is het een centrum van wederzijdse terreur. Om het ‘bezit’ van de plaats woedt een felle strijd, te vergelijken met die om Jeruzalem.
Een belangrijk twistpunt is de grot van Machpela. Omdat daarin de bijbelse aartsvaders begraven zouden liggen is de grond voor religieuze Joden heilig. Ze komen er al eeuwenlang om te bidden.
Hebron in de bijbelse historie
- Sara, de vrouw van Abraham, overlijdt volgens het Oude Testament op 127-jarige leeftijd in Hebron.
- Abraham koopt er het veld van Machpela, de grot en de omringende bomen.
- Abraham is er later zelf ook begraven, evenals Izaak, Rebekka, Lea en Jacob.
- David is er – circa 800 jaar nadat Abraham er zou hebben gewoond – tot koning gezalfd.
Tot 1920 was in de stad sprake van redelijk vreedzame co-existentie tussen moslims en joden. Vanaf die tijd is de Joodse gemeenschap er – net als in steden als Safed – herhaaldelijk getroffen door Arabische pogroms, die een deel van de Joodse inwoners het leven kostte: http://en.wikipedia.org/wiki/1929_Hebron_massacre
In 1929 worden in Hebron tijdens rellen meer dan zestig Joden door Arabische aanhangers van de grootmoefti van Jeruzalem, Amin al-Hoesseini, vermoord. De Joodse gemeenschap trekt uit de stad weg.
Ook van Joodse kant komt moorddadige agressie voor. In 1994 richt een van oorsprong Amerikaanse ‘kolonist’, Baruch Goldstein, een bloedbad aan onder de bezoekers van de moskee. Daarbij vallen 29 doden. Hij zou hebben gehandeld uit protest tegen het vredesakkoord van Oslo en het Palestijnse geweld, met name de zelfmoordaanslagen, waarvan hij vele slachtoffers medisch verzorgde.
De Palestijnse bewoners van de stad worden geregeld getroffen door uitgaansverboden en andere strafmaatregelen die hun leven ontwrichten. De maatregelen gelden niet voor de kolonisten.
In 1929 en de erop volgende jaren hebben moslims de Joodse gemeenschap uit Hebron verdreven. Pas na de Zesdaagse Oorlog van 1967 komt er opnieuw Joodse bewoning in de stad. Israëli’s, overwegend religieuze Joden, bouwen er de nederzetting Kirjat-Arba.
Een deel van de nieuwe inwoners bestaat uit nakomelingen van de een kleine veertig jaar eerder verdreven Joden. De Joodse gemeenschap die er sindsdien gevestigd is bestaat uit een kleine 500 ultrarechtse joden, midden tussen circa 130.000 Palestijnse Arabieren. De Joodse bewoners worden met het negatief bedoelde woord kolonisten aangeduid, omdat ze een deel van het grondgebied waarop hun voorvaderen drieduizend jaar lang zouden hebben geleefd, hebben ‘bezet’ en opgeëist. Zij worden zwaar beveiligd door enkele duizenden soldaten van het Israëlische leger. Volgens de gangbare opvattingen is Hebron sinds 1967 door Israël bezet Palestijns-Arabisch gebied. De situatie is enigszins vergelijkbaar met die van de Joden die in 1945 uit de concentratiekampen terugkwamen. Onder meer in ons land ontdekten zij dat hun eigen huis door anderen in eigendom was genomen en velen van hen slaagden er niet in hun eigendom terug te krijgen.
Binnen Israël gaan al jarenlang stemmen op om de Joodse aanwezigheid in Hebron maar op te geven, alleen al omdat de verdediging een te hoge tol zou eisen. Anderen menen dat voor de Palestijnse terreur niet mag worden gezwicht. Zowel de Joodse als de Arabische bewoners van Hebron komen geregeld in opspraak vanwege tegen de andere partij gerichte gewelddadigheden.
De Arabische gemeenschap is trots op de in Hebron sinds 1971 gevestigde universiteit, waar meer dan 2.000 studenten staan ingeschreven.
(GS/2022)
