Brits politicus van joodse afkomst. Zionist.
Samuel wordt in 1870 in Liverpool als zoon van de succesvolle bankier Edwin Louis Samuel geboren. Hij groeit op in Londen en krijgt een joods-orthodoxe opvoeding. Hij heeft veel interesse in politiek en wordt lid van de Liberale Partij.
In 1895 stelt hij zich tijdens de algemene verkiezingen kandidaat. Hij wordt niet gekozen. Hetzelfde gebeurt in 1900, maar in 1902 komt hij wel in het parlement terecht. Drie jaar later wordt hij al gekozen voor het Engelse ‘House of Commons’. Hij krijgt een post als onder-staatssecretaris.
In 1909 is hij de eerste jood die in het kabinet terecht komt en in 1910 wordt hij postmaster-generaal. Samuel wordt in 1912 door Hilaire Belloc en G.K. Chesterton van The Eye-Witness, van corruptie beschuldigd. Zij stellen dat Samuel samen met Lloyd George en Rufus Isaacs aandelen hadden gekocht, omdat zij wisten dat de regering een contract had afgesloten met het bedrijf Marconi Company om een keten van draadloze stations op te bouwen.
Tijdens het parlementair onderzoek naar het corruptieschandaal wordt inderdaad ontdekt dat Samuel aandelen gekocht en ook weer verkocht had, met voorkennis van zaken. Toch wordt hij niet schuldig bevonden aan corruptie.
Gedurende de oorlog begint de politicus met zionistische activiteiten. Hij presenteert het idee van een joods protectoraat in Palestina in 1915. Hij helpt Chaim Weizmann met het werk dat uiteindelijk tot de Balfourdeclaratie leidt.
Samuel meent dat een joodse staat zal leiden tot een opleving van de joodse cultuur en intellectuele activiteiten.
In 1920 wordt Samuel benoemd tot Hoge Commissaris voor Palestina. De joden in het gebied ontvangen hem vol goede moed. Hij blijft tot 1925. Tijdens zijn jaren in het gebied verdubbelt het aantal joden. De lokale politiek wordt georganiseerd en het Hebreeuws wordt als officiële taal erkend.
In deze tijd komt het tot confrontaties tussen joden en Arabieren. Zo breken in Jeruzalem in 1920 anti-joodse opstanden uit. De joodse bevolking in Palestina is ontevreden over Samuel’s politiek om de Arabische extremisten te behagen. Zo is het Samuel die de extremistische moefti van Jeruzalem benoemt, Hajj Amin al-Husseini.
Samuel’s opvolgers in als Hoge Commissaris in Palestina zijn: Lord Palmer, John Chancellor, Arthur Wawchope, Harold MacMichael, Lord Gort en Alan Cunningham.
In 1925 begint hij voor Stanley Baldwin, leider van de Conservatieve Regering, een onderzoek naar de mijnindustrie. Samuel concludeert dat de industrie gereorganiseerd moet worden, maar niet genationaliseerd. Ook meent hij dat de overheidssubsidie moet worden verlaagd, evenals de lonen. Het rapport leidt tot een algemene staking in mei 1926.
In 1929 neemt de politicus weer plaats in het ‘House of Commons’. Twee jaar later wordt hij gekozen als leider van de Liberale Partij. In 1935 wordt hij tijdens de verkiezingen verslagen.
Tijdens zijn hele leven blijft zijn wens voor een joodse staat bestaan. Hij is enthousiast lid van de Hebreeuwse Universiteit. Samuel verzet zich tegen het Witboek van 1939 en de anti-zionistische politiek van de Britten van na de Tweede Wereldoorlog. Samuel is leider van de liberalen in het ‘House of Lords’ in 1944 en 1945. Op 5 februari 1963 sterft Samuel.
www.jafi.org.il/education/100/people/BIOS/samuel.html
www.jewishvirtuallibrary.org/jsource/biography/samuel.html
