Merenptah-stèle

Staat ook bekend als de Israël-stèle. Tot nu toe – naast de Bijbel – oudste archeologische bewijs van het bestaan van het volk Israël.

Vondst

Stèle van de Egyptische farao Merenpath (1213-1203 v. Chr), in 1896 door Sir Flinders Petrie in Thebe (Midden-Egypte) gevonden. Hierop wordt melding gemaakt van een Egyptische overwinning op het volk van Israël. 

Bewijs

De stenen zuil speelt een rol in het onderzoek naar het ontstaan van het Joodse volk. Op de Merenptah-stèle is de oudste vermelding naar het volk te vinden. De tekst op het voorwerp luidt als volgt: 

De vorsten staan naar voren getreden, en roepen Vrede,

Niet één onder de Negen Bogen heft zijn hoofd op,

Gebroken ligt Libië,

De Hethieten zijn tot vrede gebracht,

Geplunderd is Kanaän tot diepe ellende,

Overwonnen is Askelon,

Gevangen genomen is Gezer,

Yanoam is gemaakt tot wat niet bestaat.

Israël is braak gelegd,

Zijn zaad bestaat niet meer,

Hoerroe is weduwe geworden door Egypte.

Alle landen tesamen zijn tot vrede gebracht.

Iedereen die rusteloos was is vastgebonden

door de koning van Opper- en Neder-Egypte,

Ba-en-Re-mery-Amoen zoon van Re,

Merenptah-hotep-hir-Maat, schonk het leven,

zoals Re, dagelijks.

Bevestiging

De vondst spreekt het bijbelverhaal over het ontstaan van het volk Israël, waarbij God de joden begeleidt tijdens hun uittocht uit Egypte, niet tegen. De stele is ook in het conflict van vandaag belangrijk als argument. De tekst spreekt de moderne (Arabische) visie tegen die het bestaan van een Israëlisch volk in de oudheid probeert te ontkennen. De bedoeling is, de joodse claim op het historische land Israël te ontkrachten. 

Informatie

De steen is te bekijken in het Egyptisch Museum in Caïro.