Fascistisch dictator in Italië.
Bijnaam: Il Duce (= leider). Geboren in het Italiaanse Predappio op 29 juli 1883. Zoon van een onderwijzeres en een smid.
Brengt zijn jeugd door op het platteland van Romagna. Hier heerste destijds een felle klassenhaat. Er leefden anarchistische en republikeinse sentimenten.
Is in het begin van zijn loopbaan onderwijzer. Emigreert in 1902 naar Zwitserland. Wordt opgepakt wegens landloperij en uitgezet naar Italië, waar hij vervolgens zijn dienstplicht vervult.
Werkt in 1908 voor een Oostenrijkse krant en schrijft een roman: De Minnares van de Kardinaal.
Belandt in 1911 in de gevangenis wegens pacifistische propaganda nadat Italië Turkije de oorlog heeft verklaard. Raakt ervan overtuigd dat het proletariaat zich moet bundelen in een groep (fascio = groep) om de macht te grijpen. Sommigen zien dit als het begin van het fascisme. Begint zijn politieke carrière in de socialistische partij als hoofdredacteur van het partijblad. Hij behoort tot de revolutionaire vleugel.
Zijn ster stijgt snel nadat in 1912 de revolutionairen op het partijcongres de meerderheid krijgen. Is in de laatste jaren voor de eerste wereldoorlog de toonaangevende leider in de partij. Is in eerste instantie tegen deelname aan de eerste wereldoorlog omdat hij alleen een klassenoorlog gerechtvaardigd vindt. Maakt daarna een ommezwaai. Een eenmanscampagne voor ingrijpen bij de eerste wereldoorlog kost hem vervolgens het partijlidmaatschap. Het doet hem in de hoek van de nationalisten belanden. Hij stelt zich hierna ten doel een verzoening tot stand te brengen tussen socialisme en nationalisme. Resultaat: fascisme.
De fascisten zien een autoritaire, sterke staat als oplossing voor de politieke problemen die na de eerste wereldoorlog in de jonge Italiaanse staat (gesticht in 1861) acuut worden. De problemen van Italië na haar stichting in 1861 zijn welvaartsverschillen tussen Noord- en Zuid-Italië, economische en technologische achterstand ten opzichte van de rest van de wereld en analfabetisme.
Doet in november 1919 mee met de verkiezingen met een politieke formatie die bestaat uit een verzameling legendarische stoottroepen die zwarte hemden dragen als uniform. Hij verliest.
Najaar 1920. Spontane regionale fascistische knokploegen, verontwaardigd over het sociaal-economische beleid van de regering, worden na een onverwacht heftige, gewelddadige reactie (squadrismo) in Midden-Italië de baas in de voormalige bolwerken van het socialisme.
In 1921 scharen de leiders van de knokploegen van het squadrismo zich achter Mussolini. De PNF, Partito Nazionale Fascista wordt geboren. Deze partij is voornamelijk anti-links.
De regerende klasse draagt de macht over na een dreiging met een staatsgreep. Een telefoontje van de koning is genoeg om Mussolini op 29 oktober 1929 minister-president te maken.
Richt in 1923 de partijmilitie Milizia Volontaria per la Sicurezza Nazionale op. Die bestaat uit 300.000 man en valt onder zijn rechtstreeks commando.
Verbiedt in 1925 alle politieke partijen behalve de PNF, schaft de persvrijheid en vele burgerlijke vrijheden af, richt politieke tribunalen in en roept een geheime politie in leven. Dit alles nadat hij door radicale fascisten in zijn partij in het nauw is gedreven. Zij hebben een vooraanstaande socialistische politicus vermoord en Mussolini vreest hierdoor arrestatie door de koning. Zijn propagandavaardigheid zorgt ervoor dat er verrassend weinig oppositie komt. Balanceert vervolgens tussen de stromingen binnen de fascistische beweging en de conservatieve krachten (monarchie, leger, grootkapitaal, rechterlijke macht en katholieke kerk). Dit resulteert in een regeringsbeleid van voornamelijk uitstellen, zodat het evenwicht niet verstoord wordt.
Mussolini’s nationalisme en fascisme concentreren zich in eerste instantie op de staat in plaats van op het ras. Autoritaire politieke bewegingen in Europa, maar ook radicale zionisten in Palestina, laten zich door Mussolini inspireren.
Mussolini maakt aanspraak op delen van Zuid-Frankrijk en Joegoslavië en wil een sterke uitbreiding van het koloniale bezit in Afrika. Hij droomt van herstel van de hegemonie van het Romeinse rijk in het Middellandse-Zeegebied, dat zich uitstrekte van Palestina tot Kenia. (Mare Nostro = onze zee).
Helpt in 1935 een anti-Hitlerfront in Oostenrijk te creëren om de onafhankelijkheid van dat land te waarborgen.
Valt in 1935 Abessinië, het achterland van de Italiaanse kolonies Eritrea en Somaliland, aan. Dit verstoort de betrekkingen met Engeland en Frankrijk.
Steunt generaal Franco van Spanje tussen 1936 en 1939, wat herstel van de relatie met Engeland en Frankrijk in de weg staat.
Waarschijnlijk vanwege Mussolini stemt Hitler toe in de Conferentie van München, die in eerste instantie door Franklin Roosevelt wordt geïnitieerd. Deelnemers: Chamberlain, Daladier, Hitler en Mussolini. Hitler mag het Tsjechoslowaakse Sudetenland inlijven en Polen en Hongarije de delen waarop zij aanspraak maken. De overgebleven grenzen van Tsjecho-Slowakije worden door Frankrijk en Engeland gegarandeerd. De beelden van de bij terugkomst in Londen toegejuichte Chamberlain, die verklaart Peace for our time als onderhandelingsresultaat geboekt te hebben, worden wereldberoemd.
Pact van Staal (mei 1939): het tussen Italië en Duitsland gesloten pact waarin een As Rome-Berlijn wordt afgesproken en onder andere een alliantie wordt gesmeed en wederzijdse militaire bijstand wordt beloofd voor de duur van tien jaar.
Omdat Italië de onderliggende partij is in de relatie met Duitsland voert Mussolini de raciale politiek van de nazi’s in. Joden worden vervolgd en apartheid wordt ingesteld. Later weigert hij joden te deporteren naar de concentratiekampen. De deportaties worden hervat nadat Duitsland Italië bezet.
Hoewel Mussolini oorlog en annexatie propageert wordt hij verrast door het begin van de Tweede Wereldoorlog. Het leger is volledig onvoorbereid.
27 september 1940: pas na de val van Frankrijk kiest Mussolini definitief partij in de oorlog.
September 1940: Mussolini valt vanuit het Italiaanse mandaat Libië het door de Britten beschermde Egypte binnen. De Britten drijven de Italianen rond december terug. Mussolini krijgt het voorjaar daarop steun van Duitse woestijntroepen onder leiding van generaal Erwin Rommel (1891-1944). Aanvankelijk met succes. In mei 1942 verdrijven de Britten de Duitsers uit Egypte.
Italië en Duitsland verklaren in december 1941 de VS de oorlog, nadat deze op hun beurt Japan de oorlog hebben verklaard.
Juli 1943: de As is in Noord-Afrika verslagen en de geallieerden landen in Sicilië. De Italianen bieden weinig verzet. Tijdens een staatsgreep wordt Mussolini afgezet. Maarschalk Pietro Badoglio (1871-1956) neemt de macht over. Badoglio tekent op 3 september 1943 de onvoorwaardelijke wapenstilstand met de Amerikanen en Britten.
Mussolini weet met Duitse hulp te ontkomen. In Noord-Italië wordt hij het hoofd van een fascistische republiek onder Duitse bescherming. De Duitsers nemen de verdediging van de rest van Italië over. Als Hitler´s rijk in mei 1945 ineenstort, houdt de fascistische republiek van Mussolini op te bestaan.
Mussolini gearresteerd en op 28 april 1945 gefusilleerd door een Italiaanse verzetsgroep als hij en zijn minnares Clara Petacci (1912-1945) naar Zwitserland proberen te vluchten.
– Veranderde grenzen 1919-1989, nationalisme in Europa. Redactie: A. Bosch en L.H.M. Wessels.Uitgeverij SUN, Nijmegen 1992.
