Nederland na 1935, de tolerantie en de Joden

Ons land heeft door de eeuwen heen de reputatie gehad toleranter tegenover (Joodse) vluchtelingen te staan dan andere landen van Europa.  Nederland was wel vaker een toevluchtsoord. Niet alleen voor Joden, maar ook voor andere om hun geloof vervolgden, zoals de calvinistische Hugenoten. Toch was het tijdens WO2 kennelijk niet mogelijk, te voorkomen dat Joodse medeburgers in grote aantallen werden afgevoerd naar de vernietigingskampen van nazi-Duitsland. 

Neutraliteit

Tijdens de Eerste Wereldoorlog wist Nederland neutraal, letterlijk buiten schot, te blijven. Voor het vluchtelingen- en immigratiebeleid van onze regering in de periode vlak vóór WO2 is geen andere verklaring te vinden dan dat men hoopte dat we opnieuw neutraal konden blijven. In 1938 ging, ongeveer een maand na de Kristalnacht, onze grens met Duitsland dicht voor Joodse vluchtelingen. Tussen 1933 en 1938 had Nederland 15.000 vluchtelingen toegelaten: nu was het genoeg. 

Als argumenten voor het beleid van onze regering werden genoemd

  • de grote economische belangen, 
  • de hoge werkloosheid en 
  • het principe om de als beperkt ervaren ruimte (ja, toen al!)voor de eigen bevolking te reserveren. 

Rekening

Een verbazingwekkend detail is dat kamp Westerbork, in 1939 opgericht om Joodse vluchtelingen in onder te brengen, werd gebouwd en ingericht op kosten van de Joodse gemeenschap. Aanvankelijk dacht men als locatie voor een opvangkamp aan de omgeving van Elspeet. Na hevige protesten van o.a. de ANWB, de K. N. Toeristenbond, de Ned. V.V.V. en nota bene een protestbrief van H.M. Wilhelmina werd voor Westerbork gekozen. 

Deportatie

Nog verbazender: op 18 november 1938 presenteerde de leider van de NSB in Nederland, Anton Mussert, een deportatieplan. Hij wilde de Joden naar Guyana deporteren. Hij stelde overleg voor tussen Engeland, Frankrijk en ons land, waarbij ieder land een stuk gebied zou moeten afstaan. Hij meende dat op die manier de strijd in Palestina kon worden beëindigd. Op dat moment speelde zich daar een bloedige ‘burgeroorlog’ af tussen Joden, Arabieren en Britten. NSB-leider Mussert dacht dat op die manier verdere slachtoffers, “nu Engelse, straks ook Nederlandse soldaten”, konden worden voorkomen. 

Volgens een door de Duitse bezetter opgedragen telling woonden in Nederland in 1941 rond de 140.000 Joden, waarvan 15.000 als vluchteling. Circa 106.000 van hen werden afgevoerd naar Duitse kampen. Slechts enkele duizenden kwamen terug. 

Scheve verhoudingen

Na afloop van de oorlog blijkt dat uit Nederland naar verhouding meer Joden zijn afgevoerd en vermoord dan uit de andere landen van bezet Europa. Ook het aantal Nederlandse soldaten dat deelnam aan de Duitse aanvallen in Rusland zou onevenredig groter zijn geweest dan dat van andere door de Duitsers bezette landen. 

Compliment

Hoewel de tolerantie van Nederland breed wordt uitgemeten, nam tijdens de oorlog vrijwel geen enkele autoriteit het voor de Joodse medeburgers op. Nazileider Himmler schreef tijdens de oorlog zelfs een brief aan Hitler waarin hij de Hollandse effectiviteit prees! 

Andere kant

In 1941 ontstond vanuit Amsterdam en later in andere steden de Februaristaking. Het was een spontaan volksprotest tegen de toenemende Jodenvervolging door de Duitse bezetter. Later bleken toch veel Nederlanders bereid hun Joodse landgenoten tegen een kopgeld van tussen de 5 en 7,5 gulden te verraden. Vooral leden van de NSB., de met de Duitsers heulende Hollanders, maakten zich eraan schuldig. Exacte aantallen blijven onduidelijk, want uit verhalen van slachtoffers blijkt dat velen aan strafvervolging hebben weten te ontsnappen.

Zeventig jaar na de oorlog woedt in Nederland nog steeds strijd over de vraag hoe de verhouding geweest is tussen verraad en verzet. De medaille heeft een andere kant. Veel Nederlanders hebben tijdens WO2 hun leven geriskeerd. Dappere mensen hebben Joodse onderduikers uit de klauwen van de nazi’s weten te houden. Ze hebben volwassenen en kinderen verborgen. De ondergrondse pers schreef: “Nederland zal herrijzen”. Vanuit Londen klonken de stemmen van Nederlanders via Radio Oranje, “de stem van Strijdend Nederland”. De ‘ondergrondse’, het op allerlei manieren gevoerde actieve verzet tegen de Duitsers, heeft veel mensenlevens gekost. Dat getuigt van de moed om weerstand te bieden aan terreur. De bronnen lijken het erover eens dat Nederland zich aan beide kanten, zowel qua verraad als qua verzet, heeft onderscheiden. 

Kille ontvangst

De rol van de Nederlandse overheid bij de terugkeer van joden uit de concentratiekampen was – opnieuw – niet fraai. Bescherming van teruggekeerde kampslachtoffers, en toezicht, bij voorbeeld op de teruggaaf van huizen en andere bezittingen, lieten veel te wensen over.  Veel Joodse Nederlanders verloren het vertrouwen in de regering en emigreerden naar o.a. Palestina en het latere Israël, maar ook naar de Verenigde Staten. 

Niet alleen de regering van Nederland, maar ook die van andere Europese landen, nam tegenover de Joden een ijskoude houding aan. Zo belemmerde de Britse overheid, zelfs nog jaren na afloop van WO2, Joden in hun vlucht naar veiliger oorden. Het verhaal van de Exodus ’47 ging de hele wereld over. Bij veel Europeanen ontstonden gevoelens van schaamte en schuld. Begrip voor het verlangen naar een eigen ‘veilig tehuis’ voor de Joodse medeburgers heeft in hoge mate bijgedragen aan het ontstaan van de staat Israël.

Te weinig

Na afloop van de oorlog kwam er kritiek. Niet alleen op de regering van Nederland, maar ook op de naar Engeland gevluchte koningin Wilhelmina. Ze zou meer hebben kunnen doen om de deportaties tegen te gaan en ons verzet te stimuleren. 

Compensatie

Diverse regeringen weigerden een rechtvaardige regeling op te stellen voor de teruggaaf van gestolen (‘vervreemde’) Joodse bezittingen. Pas rond de eeuwwisseling kwam er iets in die richting op gang. Zelfs in 2007 moest in het tolerante Nederland nog gewerkt worden aan grootschalige teruggaaf van oorlogsbuit aan de erfgenamen van Joodse oorlogsslachtoffers. Onder meer kwamen in musea tentoongestelde schilderijen terug in de handen van de rechtmatige eigenaars.

Antisemitisme

In 2000 woonden er circa 45.000 Joden in Nederland. Na 1945 is hun aantal nooit meer groter geworden dan vóór de oorlog. Verschijnselen van antisemitisme, zoals die zich vóór en tijdens de oorlog voordeden, liepen na WO2 sterk terug. Alleen in Polen deden zich na WO2 nog pogroms voor. Op de website van het Cidi is een jaarlijkse analyse te vinden van toe- of afname van het aantal antisemitische incidenten in Nederland.

Moslims

In Nederland hebben nooit meer dan 125.000 Joden gewoond. Het aantal in ons wonende moslims is veel groter en sinds de jaren 1980 sterk gegroeid. In 2006 schat men hun aantal op rond de 800.000, voornamelijk Turken en Marokkanen. Met een deel van beide groepen, maar vooral met Marokkaanse jongeren, doen zich problemen voor. Hun integratie verloopt niet vlot. Na ‘nine-one-one’ en andere uitingen van moslimterrorisme, zoals de moord op Theo van Gogh, ontwikkelt zich, niet alleen bij ons maar in heel Europa, een nieuw onbehagen. De integratie van vooral Marokkaanse nieuwkomers wil niet lukken. Politieke leiders hebben de problemen jarenlang ontkend en gebagatelliseerd, want eind 2008 kondigt ‘Den Haag’ tamelijk plotseling een serie ‘harde maatregelen’ aan. Alarmerende opmerkingen van politici als Wilders leiden in de jaren erna niet tot restrictief beleid.

Palestijnen

Over het aantal in Nederland wonende Palestijnen bestaat vanwege administratieve onduidelijkheid geen cijfermatig inzicht. Omdat 70% van de Palestijnen in het bezit is van een Jordaans paspoort (een Palestijns paspoort en een Palestijnse staat bestaan formeel nog niet) valt geen statistisch onderscheid te maken tussen Jordaniërs en Palestijnen. 

De laatste jaren levert ons kleine Nederland (zowel rechtstreeks als via de Europese Unie) jaarlijks een forse financiële bijdrage aan beide kampen: Israël én de Palestijnen, onder meer via de UNRWA.