Belangrijkste energiebron op aarde.
Het conflict tussen Israël en zijn buurlanden heeft volgens veel waarnemers een rechtstreeks verband met olie. De steun die Israël ontvangt van de VS zou ‘het Westen’ verzekeren van een bruggenhoofd op ‘vijandelijke’ bodem. Bedoeld wordt een springplank voor militair ingrijpen als de Arabische olieleveranciers het in hun hoofd mochten halen de olietoevoer naar onze landen stop te zetten.
Ook de aarzelende en vergevingsgezinde houding van veel westerse politici naar Arabische landen wordt door oliebelangen verklaard. Veel politieke en militaire conflicten in de Arabische (en islamitische) wereld kosten vaak een veelvoud aan slachtoffers, maar krijgen veel minder aandacht.
Zelfs zou de minachtende haat die de bevolking van Arabische landen voor het Westen koestert, worden ingegeven door teleurstelling over westerse samenwerking met en acceptatie van dictatoriale en moorddadige regimes in Arabië – met olieleveranties als achtergrond.
Olieproducerende staten:
Saoedi-Arabië (12%), Irak (11%), Iran (9%), de Golfstaten (9%), Indonesië, Maleisië, Brunei, de Verenigde Staten van Amerika, China, Venezuela, Colombia, Libië, Algerije, Nigeria, Rusland, Mexico, Noorwegen en Groot-Brittannië.
Lang niet alle landen beschikken over olievoorraden in de eigen bodem. Daarnaast profiteren de meeste olielanden pas sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw volop van hun voorraden.
Meer dan een kwart van de olievoorraden in de wereld zit in de bodem van Saoedi-Arabië. Hiermee bezet het land de eerste plaats in de wereld als het om olie gaat. De staat produceert jaarlijks 12 procent van het totaal in de wereld. De olie-industrie in het land is in de jaren tachtig volledig genationaliseerd . Voorheen was die voor een groot deel in handen van Amerikaanse bedrijven. In 1972 verkreeg het land een aandeel. Zestien jaar later zijn alle Amerikaanse bedrijven het land uitgewerkt.
Met bijna elf procent van de wereldvoorraad binnen zijn grenzen is Irak het op een na grootste olieland in de wereld. Ook in dit land is de olie-industrie genationaliseerd – in de jaren zeventig. Na de Golfoorlog komt er een internationaal embargo op de olie uit Irak.
De Golfstaten – zowel Koeweit als de Verenigde Arabische Emiraten – bezitten ruim negen procent van het wereldtotaal. Iran volgt met bijna negen procent.
De vijf belangrijkste olielanden, Saoedi-Arabië, Irak, Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten en Iran beschikken samen over twee derde van de wereldvoorraad olie. Alle vijf staten bevinden zich in het Midden-Oosten. Dit maakt het Midden-Oosten strategisch gezien bijzonder belangrijk.
In al deze landen in de olie-industrie genationaliseerd. Dat wil zeggen dat het kapitaal niet verdwijnt naar het buitenland, maar binnen de grenzen blijft. Vier van de vijf zijn het Arabische staten. Pas het zesde land op de lijst is een niet-Arabisch/islamitische staat, te weten Venezuela, met zeven procent van de wereldvoorraad.
In de oliewereld bestaan talloze organisaties. Immers, alle landen hebben olie nodig en dat maakt het aantal belanghebbenden in olie ontzettend groot.
De belangrijkste organisatie van olieleveranciers is de OPEC. De Organization of the Petroleum Exporting Countries gaat over veertig procent van de olieaanvoer. De OPEC is een intergouvernementele organisatie waarvan elf staten lid zijn: Algerije, Koeweit, Indonesië, Irak, Iran, Qatar, Libië, Nigeria, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Venezuela.
De OPEC werd in 1960 in Bagdad opgericht door Iran, Irak, Koeweit, Saoedi-Arabië en Venezuela. Deze landen hebben er genoeg van dat de oliemarkt geheel bepaald wordt door grote westerse maatschappijen zoals Shell en British Petroleum. De OPEC wil zeggenschap over de prijzen en bovendien willen de landen de binnenlandse industrieën nationaliseren.
De macht van de OPEC blijkt tijdens de oliecrisis van 1973. Een aantal OPEC-lidstaten besluit tot een prijsverhoging van zeventig procent. Daarnaast verlagen de landen hun productie met vijf procent.
Deze maatregelen zijn gericht tegen het westen, omdat de Arabische landen verlies lijden tegen het door het westen gesteunde Israël.
Tegen de landen die Israël specifiek gesteund hebben tijdens de Jom-Kippoer-oorlog wordt een volledige olieboycot afgekondigd. Daaronder vallen de VS en Nederland. De maatregelen leiden tot een tekort aan olie in de wereld. De gevolgen voor de economie zijn enorm. Ook wekt de crisis belangstelling voor alternatieve brandstoffen. In 1974 wordt de crisis beëindigd. In 1979 vindt een tweede crisis plaats, waarbij een aantal OPEC-landen de prijzen opnieuw verhoogt.
De OPEC verzet zich tegen klimaatverdragen waarbij de olieafname wordt teruggeschroefd.
Een andere belangrijke organisatie op de brandstoffenmarkt is het IEA, het Internationaal Energie Agentschap.
