Historisch vredesakkoord tussen Israëliërs en de Palestijnen uit augustus 1993. Er komt, ondanks de hoge verwachtingen, weinig van terecht.
- In 1992 komt in Israël de ‘duif’ Rabin aan de macht. Hij stuurt openlijk aan op vrede met de Palestijnen. Eerdere onderhandelingen in Madrid hebben tot niets geleid. Israël was niet bereid geweest direct met de PLO te onderhandelen.
- De regering van Noorwegen neemt het initiatief voor geheime besprekingen in Oslo. Op 20 augustus 1993 komt een akkoord uit de bus.
- Afgesproken wordt dat partijen elkaar – vóórdat formeel ondertekend wordt – in een serie brieven de intenties van het akkoord zullen bevestigen.
- Op 9 september 1993 schrijft Arafat een brief aan Rabin. De PLO erkent daarin het recht van de staat Israël in vrede en veiligheid te leven. De PLO erkent de VN-resoluties 242 en 338. De PLO verklaart zich gebonden aan het vredesproces en aan een ‘peaceful’ (vredige, rustige, kalme) oplossing van het conflict. Alle lopende kwesties zullen door onderhandelingen worden opgelost. De artikelen in het handvest van de PLO waarin het bestaan van Israël wordt ontkend zijn niet langer geldig. Andere artikelen die niet overeenstemmen met de verplichtingen van de overeenkomst zijn achterhaald.
- Op dezelfde dag stuurt Arafat een brief aan de minister van Buitenlandse Zaken van Noorwegen, Johan Jorgen Holst. Samen met Larsen en Juul heeft die een grote rol gespeeld bij de totstandkoming van het akkoord. Arafat bevestigt dat de PLO na ondertekening van de principeverklaring een beroep zal doen op het Palestijnse volk om het leven te normaliseren, geweld en terrorisme af te wijzen en actief deel te nemen aan samenwerking.
- Ook op 9 september bevestigt Rabin in een brief aan Arafat dat, in het licht van de verplichtingen die de PLO in zijn brief is aangegaan, de regering van Israël heeft besloten de PLO te erkennen als vertegenwoordiger van het Palestijnse volk. Er zullen onderhandelingen met de PLO worden gestart.
- Achteraf blijkt dat de inhoud van de brieven niet concreet en onduidelijk is. Zo vertelt Arafat niet precies welke artikelen hij precies zal aanpassen. De brief van Rabin geeft geen details over de terugtrekking en normalisatie van de betrekkingen. Het handvest van Fatah (de grootste beweging binnen de PLO) is er niet bij betrokken. De artikelen die oproepen tot vernietiging van Israël worden niet aangepast.
- In Washington wordt het akkoord op 13 september wereldkundig gemaakt. Arafat en Rabin schudden elkaar onder het toeziend oog van Clinton de hand. De foto gaat de hele wereld over.
- Veel joodse kolonisten zijn minder enthousiast over de concessies die Rabin doet. Uiteindelijk kost hem dat het leven: hij wordt door een joodse extremist vermoord.
- Van de akkoorden komt uiteindelijk weinig terecht. Ze leiden tot de Tweede Intifada. Veel bronnen concluderen dat beide partijen er eerder slechter dan beter van geworden zijn. Er is na de akkoorden meer geweld en er vallen meer doden dan in de jaren ervóór.
- De belangrijkste fout was volgens veel bronnen de vrijblijvendheid van het akkoord. Veel concreter had moeten worden vastgelegd dat na het akkoord geen nieuwe nederzettingen in Palestijns gebied mochten worden gebouwd. Arafat had zich duidelijker moeten vastleggen op het stoppen van geweld.
Oslo-I: 13 september 1993 (Declaration of Principles (DOP), principeverklaring, beginselverklaring).
- Israël erkent de PLO.
- De PLO erkent Israël. De vernietiging van de staat Israël zal uit het handvest van de PLO worden geschrapt.
- Het Israelische leger trekt zich uit Gazastrook en Westbank terug.
- Er wordt een Palestijnse Autoriteit geformeerd. De PA krijgt zelfbestuur over Gaza en de omgeving van Jericho.
- Na een interim-periode van vijf jaar zal verder worden onderhandeld over permanent Palestijns zelfbestuur.
Belangrijke andere hangijzers, zoals de status van Jeruzalem, de nederzettingen, de vluchtelingen, grenzen en veiligheid, blijven met opzet buiten schot. Volgens velen is het akkoord een wassen neus. Toch zijn de meeste commentatoren het erover eens dat ‘Oslo’ een doorbraak is geweest. Partijen, die voordien deden alsof de ander niet bestond, hebben elkaars bestaan erkend en met elkaar gepraat.
Oslo-II: 28 september 1995.
- Stippelt de grote lijnen uit waarlangs de verdere onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen dienen plaats te vinden.
- Er wordt een tijdpad uitgezet: de onderhandelingen rond de definitieve status van de bezette gebieden moeten uiterlijk op 3 mei 1999 afgerond zijn. Deze deadline wordt later met ruim een jaar opgeschoven.
- Israël ontruimt de zeven grootste bevolkingscentra op de Westelijke Jordaanoever: eerst Jericho, daarna Hebron, Jenin, Tulkarem, Qalqilya, Nabloes, Ramallah en Bethlehem. Hebron is medio 1997 voor viervijfde ontruimd.
- De gebieden worden opgedeeld en krijgen een A-, B- of C-status. A = volledige controle PA, B = militair bestuur Israël, burgerlijk bestuur Palestijnen en C = volledig bestuur Israël.
- De Gazastrook is opgedeeld in een gebied A (60%), waar ruim driekwart miljoen Palestijnen opeengepakt leven, en een gebied C (de resterende 40%), waar verspreid over 16 nederzettingen rond 6.000 joodse kolonisten wonen.
_______________
- Omdat het netelige kwesties betreft menen de leiders dat het beter is om eerst de eerste fase ten uitvoer te brengen en daarna pas de besprekingen voor de tweede fase te openen. Daar komt het echter niet van. Na de ondertekening van de Oslo-akkoorden neemt het geweld tussen de beide partijen weer toe.
- Op 4 november 1995 vermoordt de joodse extremist Yigal Air premier Rabin.
- Rabin´s opvolger is niet langer bereid deel te nemen aan besprekingen, nadat bij aanslagen in 1996 Israëliërs omkomen.
- In 1996 wordt Arafat als Palestijnse president gekozen.
- In hetzelfde jaar komt in Israël Benjamin Netanyahu aan de macht. Wegens blijvende aanslagen op Israëlische doelen weigert ook hij deel te nemen aan vredesbesprekingen.
- Pas in 1998 wordt een nieuwe overeenkomst over de uitvoering van de Oslo-akkoorden gesloten door Arafat en Netanyahu. Dat gebeurt in het Amerikaanse Wye. Dit akkoord gaat als het Wye-akkoord de geschiedenis in.
- De terugtrekking van Israël uit de Westelijke Jordaansoever wordt in het nieuwe akkoord geregeld. Ook wordt bepaald dat in het jaar 2000 de Oslo-akkoorden in werking moeten treden.
- In 1999 valt de regering-Netanyahu omdat men het niet eens wordt over de uitvoering van het Wye-akkoord. Netanyahu wordt opgevolgd door Ehud Barak.
- In het jaar 2000 vinden tussen Barak en Arafat besprekingen plaats onder leiding van de Amerikaanse president Bill Clinton in Camp David. Deze besprekingen gaan over de laatste fase van de Oslo-akkoorden.
- De besprekingen mislukken echter en daarmee mislukken ook de zeven jaar eerder gesloten Oslo-akkoorden.
_______________________
