In het algemeen: feest van licht, nieuw leven, voortplanting.
Voor christenen het feest van de opstanding van hun Heer Jezus Christus.
Als feest van licht en nieuw leven komt het Paasfeest in alle, ook al in de oudste, culturen voor. Voor de meeste mensen is het Paasfeest een lentefeest. Ze zijn blij dat binnenkort de zwarte winter, de kou en de grauwheid, voorbij zijn. Dat komt tot uiting in onder meer vrolijk geel gekleurde lentebloemen, de paashaas en – nogal symbolisch voor de voortplanting – het verstoppen en zoeken van eieren.
Ook christenen vieren met Pasen nieuw leven. Ze herdenken de opstanding ‘uit het dodenrijk’ van hun leider en voorbeeld, Jezus Christus. Het feest volgt op zijn kruisiging, die op Goede Vrijdag wordt herdacht. Met dit geloofspunt onderscheiden christenen zich van joden en moslims. Dat hun Heer geen profeet was als alle andere, dat hij is opgestaan, dat Jezus macht toonde over leven en dood, dat er één mens is die keuzes kan maken die eigenlijk alleen goden kunnen maken, die dus naast mens tevens god is, dat is voor christenen het meest essentiële kernpunt van hun geloof. Als ijkpunt van hun geloof is Pasen, samen met Hemelvaart, voor christenen belangrijker dan Kerst, de viering van Jezus’ geboorte.
Volgens de christelijke traditie werd Jezus vlak voor het joodse paasfeest (vermoedelijk op 33-jarige leeftijd) verraden door zijn leerling (discipel) Judas en gearresteerd. Het draaide uit op een rechtszaak voor de Joodse rechtbank, het Sanhedrin. De volgende dag werd hij naar Pontius Pilatus gebracht, de Romeinse gouverneur van het toenmalige Israël. Deze veroordeelde hem op aandringen van het volk tot de dood door kruisiging. Omdat Jezus zelf had aangekondigd binnen drie dagen uit het graf te zullen verrijzen, werd zijn graf verzegeld en beveiligd. De dag na Sabbat werd zijn lichaam niet aangetroffen voor balseming.
Na de dood en verrijzenis van Jezus blijven de eerste christenen Pesach vieren, maar ook herdenken zij het lijden van Jezus. Pas als – in de vierde eeuw – de data van Pesach en Pasen gescheiden worden, kan echt van een Paasfeest gesproken worden. In 313 wordt bepaald dat Pasen bestaat uit Witte Donderdag, Goede Vrijdag, Stille Zaterdag en Paaszondag.
In de achtste eeuw komen er regels over de datum waarop Pasen valt. Het feest valt op de eerste zondag na de eerste volle maan in de lente. Als de eerste volle maan op een zondag valt, wordt het Paasfeest de zondag erna gevierd. Carnaval, Aswoensdag, Vastentijd en Palmpasen zijn voorbereidingen op Pasen. Details over de datering van Pasen zijn te vinden op
www.astro.oma.be/GENERAL/INFO/nli006.html.
Sommige theologen en historici leggen een verband tussen het christelijke Pasen en het joodse Pesach. Met dat feest herdenken (niet alleen religieuze) joden een stukje bijbelse en vaderlandse geschiedenis: de uittocht uit Egypte, de Exodus. Het ‘laatste avondmaal’, het begin van het lijdensverhaal van Jezus, was volgens sommige deskundigen een Pesachviering. De grote meerderheid van zowel religieuze joden als moslims ontkent Jezus als Messias en beschouwt Pasen als een vorm van plagiaat. Ook zijn er nogal wat critici die zowel de Uittocht als het bestaan van Jezus ontkennen.
