Paulus

Jood, van de stam Benjamin. Zoon van een Farizeeër. Fanatiek christenvervolger. Later minstens zo fanatiek verspreider van het christendom. Volgens sommigen epilepticus.

Paulus bezat het Romeinse burgerrecht, vermoedelijk omdat zijn vader slaaf van een Romeins burger is geweest en door hem is vrijgelaten.

Joodse (oorspronkelijke) naam: Saul (of Saulus). Aanvankelijk was hij een fanatiek vervolger van de vroege christenen.

Paulus bekeerde zich tijdens een reis naar Damascus. Het doel van zijn reis was, christenen te vervolgen. Vanaf dat moment was hij minstens zo fanatiek als verdediger van het door hem eerder zo verafschuwde nieuwe geloof. Hij wordt beschouwd als de eerste en belangrijkste christelijke theoloog en zendeling. Sommige bronnen melden dat Paulus ervan is beschuldigd, de oorspronkelijke leer van Jezus Christus te hebben veranderd en ‘bedorven’.

Paulus heeft veel apostolische brieven geschreven. In het N.T. van de Bijbel zijn dertien daarvan opgenomen, waarvan die aan de Romeinen als belangrijkste geldt. Van aandacht voor zichzelf wil hij niets weten: “We verkondigen niet onszelf, maar Jezus Christus als de Heere – en onszelf als uw dienaren voor Christus”.

Paulus wordt – vermoedelijk in 65 – in Rome gearresteerd, gevangengezet en uiteindelijk geëxecuteerd door onthoofding.

Dromer?

Volgens nogal wat deskundigen was (Sint) Paulus, naast hoofdontwerper van het christelijk geloof, ook epilepticus. Zij plaatsen hem in dezelfde categorie als Mohammed, stichter van die andere wereldgodsdienst, de islam. Van hem wordt hetzelfde beweerd. Wat er ook van waar is, Paulus is de auteur van extreem fraaie (voor veel mensen heilige) teksten. Nog iedere dag worden ze aangehaald. Vooral het thema liefde lijkt zijn voorkeur te hebben. Zo geeft Paulus een opsomming van wat echt belangrijk is ons leven. Er zijn drie essentiële zaken, zo zegt hij. Het eerste is geloof. Het tweede is hoop en het derde liefde. Vermoedelijk wist Paulus heel goed waar Abraham de mosterd vandaan haalt. Vermoedelijk met opzet verzweeg hij een oersterke menselijke drijfveer. En dat is de haat. Haat was ook in zijn tijd een actueel thema.

Geest uit de fles

Terug naar het conflict van vandaag. Bekijken we de commentaren, dan signaleren we – wereldwijd – voornamelijk haat. Of het nu gaat om de Eerste en Tweede Intifada (1987-2002), Libanon (2006) of Gaza (begin 2008). Zeker is er geloofsfanatisme, maar in ieder geval nauwelijks hoop. Laat staan liefde. Niet alleen blijkt de aloude Jodenhaat steeds opnieuw springlevend. De christelijke en de islamitische wereld zijn beide nog lang niet vrij van deze religieuze ziekte. Maar ook haat tegen Arabieren en moslims peelt een rol. Een beroemde tekst van die andere stichter van het christendom, Jezus van Nazareth, kan voor antisemieten en moslimhaters gelden. “Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.”

Noodhulp

De wereldwijde, meer dan onfrisse belangstelling voor dit miniconflict is stuitend. Op tv zien we hoe heftig parlementariërs bij dit conflict betrokken zijn. Liefst zouden ze Israël willen inpeperen hoe dat land beter had kunnen gedragen. Maar dat niet alleen. Parlementariërs roepen op tot Intifada. Ze zetten onbeschaamd aan tot haat en geweld. Hulporganisaties roepen dat er een humanitaire crisis gaande is. Als puntje bij paaltje komt blijkt er – volgens de UNRWA – iedere keer opnieuw nog ruim voldoende voedsel in voorraad. Afrika is er jaloers op.

Cadeautje

De misdaden van de vele Jodenhaters wordt wel erg gemakkelijk door de vingers gezien. Ongeacht uit welke hoek de wind waait. Christenen hebben er eeuwenlang minstens zo’n puinhoop van gemaakt als de fanatieke religieuze moslims van nu. Waarom? Olie is te simpel. Heilige boeken lijkt een scherpere visie. Het N.T. van de Bijbel was tweeduizend jaar terug al niet vriendelijk over Joden. Jezus moest maken dat hij wegkwam, want “de Joden zochten hem te doden”. Terwijl Jezus, maar ook de evangelieschrijver zelf, van Joodse herkomst waren. En ook de Koran, het heilige boek van de moslims, nu een kleine 1400 jaar oud, zet de Joden weg als de ultieme prooi. Simpelweg omdat ze zich niet wilden bekeren. Waarom iedereen zich alleen als het om Israël gaat zo extreem intensief bemoeit met de binnenlandse aangelegenheden van een ander land? Het lijkt alsof de wereld het Israël van de Joden als ons gezamenlijk bezit ziet. We hebben ze toch met z’n allen destijds, via de VN, dat stukje land cadeau gedaan? Dan is het wel prettig als ze zich koest houden. Dat ze zich proportioneel verdedigen. Want die paar terreurdoden in Sderoth en Ashkelon, dat is toch niets? Moet je daar nou zo grof tegen optreden? Dat soort uitlatingen komen we alleen tegen als het om ‘de Joden’, de staat Israël dus, gaat. Het bestaansrecht van geen land ter wereld wordt zo hardnekkig betwijfeld als dat van Israël. De vele duizenden burgerslachtoffers die westerse legers maken in hun strijd tegen moslimterreur doen er kennelijk niet toe.

Nieuwe ronde

Willen we dit conflict echt graag oplossen? Dan kunnen we die schitterende teksten van Paulus, geloof, hoop en liefde, beter even uit ons hoofd zetten. Vooral dat geloof lijkt in dit conflict een hoofdrol te spelen. Twee kernemoties bepalen ons leven: liefde en haat. Die liefde, dat goede, dat houden we vast. Het aanpakken van de – vooral religieuze – haat verdient de hoogste prioriteit.