Nederlands dorp op de Veluwe,
in het kustgebied van de vroegere Zuiderzee.
In WO2 toneel van een Duitse wraakactie.
Putten bestond al in de negende eeuw. Een eeuw later wordt de kerk gesticht en vormt Putten het centrum van een groot gebied. Tot 1530 horen Putten en Nijkerk bij elkaar. Later gaat Putten als zelfstandige eenheid verder. De agrarische sector is ook in het huidige Putten nog van groot belang. Putten is tot het einde van de zestiende eeuw rooms-katholiek. De pastoor van Putten blijft werkzaam tot 1608. Daarna wordt het dorp gereformeerd. Putten krijgt meerdere malen te maken met oorlogsgeweld. Het dorp wordt in de 15de, 16de en 17de eeuw tenminste vijf keer door brand verwoest.
Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt het dorp getroffen door de Duitsers. De ligging van het dorp op de Veluwe is een belangrijke reden voor de aanval: na gevechten in en rond Arnhem willen de Duitsers de regio onder de duim houden. Op 1 oktober 1944 wordt het dorp afgesloten na een aanslag. De bezetters selecteren 661 mannen uit de bevolking, die allemaal worden weggevoerd. Zij komen terecht in concentratiekampen: slechts 48 van hen overleven de oorlog.
De gebeurtenis heeft grote gevolgen voor het dorp en haar bewoners. Historica Madelon de Keizer deed onderzoek naar de gedeporteerde Puttenaren en hun achtergebleven familie en dorpsgenoten. Tegenwoordig heeft het dorp de naam streng christelijk te zijn.
