Qibya

Jordaanse grensplaats op de Westbank.
Bekend vanwege de massamoord die er in 1953 plaatsvindt.
Israëliërs richten in Qibya een bloedbad aan.

De aanval wordt door (pro-) Palestijnse bronnen beschouwd als een daad van terrorisme. In (pro-) Israëische kringen ziet men het als vergelding voor de vele Arabische moordpartijen op joden. Op het moment van de massamoord is Qibya in handen van Jordanië. De massamoord is een climax van vele kleinere aanslagen die vanaf 1949 plaatsvinden.

Op 13 oktober 1953 gooien Jordaanse terroristen een granaatbom in een huis vlak over de Israëlische grens. Een moeder en twee kinderen komen om het leven. Deze aanslag op een Israëlisch doel is geen alleenstaand feit. Met het staakt-het-vuren tussen Israël en zijn Arabische buurlanden in 1949 komt er geen einde aan het geweld.

Israël beschuldigt Jordanië ervan het verdrag te hebben geschonden tussen juni 1949 en oktober 1954 door het gebruik van geweld. Daarbij zouden minstens 124 Israëliërs om het leven zijn gekomen. Als represaille voor de granaatbom van 13 oktober valt Israël op 14 oktober 1953 de Jordaanse plaats Qibya binnen.

De Israëlische minister van Defensie Pinhas Lavon geeft het bevel tot de aanval. Kolonel Ariël Sharon heeft de leiding over unit 101, die de aanval ten uitvoering brengt. De Israëliërs omsingelen het dorp met landmijnen. Daarnaast wordt artillerie ingezet, zodra het team de buitenwijken bereikt.

In het dorp wordt de bewoners duidelijk gemaakt dat het plan is om de huizen op te blazen. Volgens de unit krijgen de bewoners de kans om te vluchten. Meer dan vijftig huizen worden verwoest. Bijna drieduizend inwoners zijn in staat de vluchten.

Israëli’s vermoorden 69 burgers. De meerderheid bestaat uit vrouwen en kinderen. De burgers bevinden zich binnen in de huizen op het moment dat deze worden opgeblazen. Sharon verklaart dat hij in de veronderstelling was dat de huizen leeg waren. Ook stelt hij dat hij bevel heeft gekregen geen zware schade toe te brengen aan de inwoners van Qibya.

Rapporten van de Verenigde Staten, de Verenigde Naties en het Arabische kamp stellen dat al voor de verwoesting van de huizen begon burgers vermoord waren.

De eerste dagen na de aanval wordt de Israëlische bevolking door middel van strenge censuur niet op de hoogte gebracht van het voorval. Eerst zegt Israël dat joden die dicht bij het dorp wonen de massamoord op hun geweten hebben. Later geeft de regering toe dat er sprake was van een militaire eenheid. Op 19 oktober brengt premier Ben-Goerion naar buiten dat het het werk is geweest van joodse kolonisten.

De massamoord in Qibya wordt zwaar bekritiseerd in zowel internationale kringen als in Israël zelf. De VN-veiligheidsraad veroordeelt Israël op 24 november. De VS zetten hun hulp tijdelijk stop.

Meer informatie:

www.jewishvirtuallibrary.org/jsource/History/Qibiya.html