Ariël Sjaron

Sharon

Israëlisch militair en politicus. Geliefd en gehaat. Fel zionist. Bijnaam: de bulldozer. Houwdegen. Superhavik. En… potentieel vredestichter.

Jeugd

Voornaam: Ariël. Roepnaam Arik; een veelvoorkomende naam in Israël. Oorspronkelijke achternaam: Scheiermann. Geboren op 27 februari 1928 in het plaatsje Kfar Malal, een coöperatieve landbouwnederzetting in Israël, in de buurt van Tel Aviv. Zijn ouders zijn hoogontwikkelde immigranten uit Oost-Europa (Kaukasus).

Militair

Sharon sluit zich in 1942 als 14-jarige aan bij de Haganah, het Joodse leger dat is opgericht om de nederzettingen te verdedigen. Tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 is hij commandant van een infanteriecompagnie en voert de slag bij Latrun. In 1953 leidt hij een speciaal commando (Unit “101”) dat preventieve operaties moet uitvoeren tegen Arabische infiltranten aan de andere kant van de grens. Er komen 69 Palestijnen bij om. In 1956 vecht hij mee in de Sinaï-campagne. In 1957 volgt hij het Camberley Staff College in Engeland. Van 1958 tot 1962 is hij commandant van een infanteriebrigade. In 1964 wordt hij benoemd tot commandant van het noordelijke commando van de IDF (het Israelische leger).

Ommekeer

Tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967 voert Sharon een pantserdivisie aan. Hij wint de belangrijke slag bij Aboe-Ageila. In 1969 wordt hij commandant van het zuidelijke commando van de IDF. In 1973 verlaat hij het leger, maar wordt al in oktober van hetzelfde jaar opnieuw opgeroepen. Tijdens de Yom Kippoeroorlog is hij is commandant van een tankdivisie. Hij leidt de gewaagde oversteek van het Suezkanaal die de kansen doet keren, de overwinning in de oorlog brengt en later de vrede met Egypte.

Politicus

In december 1973 wordt Sharon in de Knesset gekozen. Een jaar later trekt hij zich terug en wordt veiligheidsadviseur van Rabin. In 1977 wordt hij opnieuw in de Knesset gekozen. Als Minister van Landbouw in de eerste regeringsperiode van Begin (1977-1981) start hij een landbouw- samenwerkingsverband met Egypte en richt meer dan 60 nieuwe nederzettingen op.

Minister

Sharon wordt in 1981 benoemd tot Minister van Defensie. Deze positie bekleedt hij ook tijdens de Libanonoorlog, die de vernietiging met zich brengt van de terroristische infrastructuur van de PLO in Libanon. In november 1981 organiseert hij de eerste strategische samenwerking met de VS. Op defensiegebied versterkt hij de banden tussen Israël en veel landen. Hij helpt ook duizenden Joden terug te brengen uit Ethiopië via Soedan.

Verwijt

In 1982 leidt hij het Israelische leger Libanon binnen. Hij wordt verantwoordelijk gesteld voor het bloedbad in Sabra en Shatilla, direct na de moord op Gemayel. De Palestijnen maakten zich in de Libanese burgeroorlog schuldig aan zware wreedheden tegenover de christenen, die op deze manier wraak namen.

Maar liefst 400.000 Israëli’s houden een protestdemonstratie en premier Begin wordt gedwongen een onderzoek in te stellen. De onderzoekscommissie verwijt hem dat hij had moeten weten dat de falangisten pogroms wilden uitvoeren onder de kampbewoners. Hij treedt af als minister van Defensie, maar blijft aan als minister zonder portefeuille.

Voorzitter

Van 1983-1984 is hij minister zonder portefeuille en van 1984-1990 Minister van Handel en Industrie. In deze hoedanigheid sluit hij een vrijhandelsovereenkomst af met de VS. Van 1990-1992 bekleedt hij diverse ministersfuncties. Na de val van de Sovjet-Unie en de immigratiegolven uit Rusland initieert hij een programma uit om de immigranten verspreid over het hele land op te nemen. Er worden onder zijn leiding onder meer 144.000 appartementen gebouwd. Van 1992-1996 is hij lid van de Commissie Buitenlandse Zaken en Defensie van de Knesset. In 1996 wordt hij benoemd tot Minister van Nationale Infrastructuur en is betrokken bij joint ventures met Jordanië, Egypte en de Palestijnen. In 1998 wordt hij gekozen tot Minister van Buitenlandse Zaken en leidde de onderhandelingen met de Palestijnse Autoriteit. Na de verkiezing van Barak als premier in mei 1999, werd hij gevraagd als interim-leider van de Likoedpartij op te treden en in september 1999 werd hij gekozen tot voorzitter van deze partij.

Toestemming

Op 28 september 2000 maakt hij een wandeling over de Tempelberg, de heiligste plek van het jodendom. De Palestijnen vatten het bezoek op als een provocatie. De tweede Intifada is een feit. Of zijn wandeling de aanleiding is of alleen maar daarvoor is misbruikt blijft omstreden. Volgens analytici begon de Palestijnse leider Arafat de – goed voorbereide – Intifada om zijn populariteit onder het Palestijnse volk op te vijzelen. De wandeling van Sharon zou al maanden van tevoren door de Wakf, de islamitische beheerders van de Tempelberg, zijn goedgekeurd.

Eerste man

Op 6 februari 2001 wordt Sharon tot premier gekozen. Hij presenteert zijn regeringsploeg op 7 maart 2001 aan de Knesset. Zijn regering van nationale eenheid struikelt in oktober 2002 over een conflict inzake de financiering van nederzettingen. Op 28 januari 2003 worden vervroegde verkiezingen gehouden en Sharon krijgt van de Israëlische president de opdracht een regering te vormen. Hij presenteert zijn nieuwe – sterk rechts georiënteerde – regering op 27 februari aan de Knesset.

Geknoei met verkiezingsgeld

Tegen Sharon lopen tussen 2003 en 2005 processen in verband met corruptie: hij zou tijdens zijn verkiezingscampagne in 1999 via zijn zonen illegale verkiezingsgelden hebben geaccepteerd om tot partijleider verkozen te worden. De kwestie wordt wel aangeduid als “Sharongate”.

Ontruiming

Begin 2004 kondigt Sharon tamelijk verrassend aan dat de Gazastrook geheel van nederzettingen moet worden ontdaan. Tegelijkertijd lanceert hij een forse uitbreiding van nederzettingen op de Westbank. Met dit beleid dreigt hij de steun van zijn eigen partij te verliezen. In september 2005 wordt de ontruiming van Gazastrook en een viertal nederzettingen op de Westbank een feit. Hij toont met zijn stap aan dat de macht van de religieuze orthodoxie in Israël beperkt is, hij spaart mensenlevens, hij voorkomt dat steeds meer soldaten de wapens neerleggen omdat ze de strijd tegen de Palestijnen onredelijk vinden en hij zet een verdere stap richting road map. Volgens sommigen hoopt hij ook aan te tonen dat zonder Israël de Gazastrook in chaos vervalt. Ook zijn er journalisten die menen dat hij er het eerder genoemde corruptieschandaal mee hoopt te maskeren. In de hele wereld wint hij aan sympathie en populariteit. Algemeen wordt hij gezien als de enige die vrede kan brengen.

Eigen partij

In de herfst van 2005 verrast Sharon de wereld opnieuw, nu door uit zijn partij, de Likoed, te stappen. Hij richt – uit onvrede met de tegenstand in zijn partij over de ontruiming – een eigen partij op: Kadima (voorwaarts’’). Al direct blijkt uit peilingen dat de nieuwe partij populair is en de grootste in Israël zal worden: volgens polls zou de partij eind december 40 zetels in de Knesset veroveren als de verkiezingen (van maart 2006) op dat moment zouden zijn gehouden.

Drama’s in privéleven

Sharon is twee keer weduwnaar. Zijn eerste vrouw, Margalit Zimmermann, van beroep psychiatrisch verpleegkundige, komt in 1962 om bij een auto-ongeluk. Hij trouwt een jaar later met haar zus Lily, die in maart 2000 overlijdt aan longkanker. Hij heeft drie zoons, van wie de jongste twee nog twee in leven zijn. De oudste zoon, Goer, sterft op weg naar een ziekenhuis in de armen van zijn vader. Hij wordt als hij 10 jaar is slachtoffer van een tragisch ongeluk met een jachtgeweer dat tijdens spel per ongeluk afgaat. Sharon woonde jarenlang op een boerderij in de Negev-woestijn. Hij heeft een boek en talloze artikelen in locale en buitenlandse kranten op zijn naam staan.

Ernstig ziek

In december 2005 wordt Sharon getroffen door een hersenbloeding. Ook moet hij voor een kleine ingreep aan zijn hart het ziekenhuis in. Begin 2006 wordt hij opnieuw getroffen door een hersenbloeding en in het Hadassah-ziekenhuis in Jeruzalem opgenomen. Na drie operaties ontwaakt hij niet uit een kunstmatig coma. Zijn rol in de politiek in het Midden-Oosten is  uitgespeeld. Op 11 januari 2014, na acht jaar in coma te hebben geleden, overlijdt hij.

Aanbevolen literatuur:

In de zomer van 2005, een half jaar voordat Sharon ziek wordt, verschijnt bij Uitgeverij Aspekt een biografie met de titel Sharon, koning van Israël, geschreven door Johan Boef.

Sharon’s optreden wordt hem niet door iedereen in dank afgenomen. De woordcombinatie sharon + cartoon levert in zoekmachines honderden cynische plaatjes op – van wisselend niveau.

______________________________________________