Russische staat tussen 1917 en 1991, ook wel bekend als de USSR, bestaande uit vijftien verschillende republieken. Sojoez Sovjetskich Socialistisjeskich Respublik, afgekort SSSR of CCCP.
De SU was een communistische staat en het grootste land ter wereld. Wordt opgericht in 1917, als gevolg van de Russische Revolutie. Het doel van de staat is het communisme, gebaseerd op de leer van Karl Marx dat iedereen gelijk is en recht heeft op gelijke eigendommen. Daarbij verloopt de geschiedenis via de klassenstrijd en is het eindstadium de klassenloze maatschappij waarbinnen het communisme perfect functioneert.
Lenin is de grote man achter de Russische Revolutie. Hij wordt het eerste hoofd van de nieuwe staat. Hij overlijdt in 1924 en er ontstaat een strijd tussen voor- en tegenstanders van de mogelijke opvolger Trotski. Stalin behoort tot het anti-Trotskikamp. In 1927 wordt Trotski verbannen.
Stalin is de opvolger van Lenin. Stalin ontpopt zich tot een wrede dictator. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vallen de Duitsers de SU binnen. De Russen bevrijden als geallieerden grote delen van Oost-Europa. Na de oorlog bezetten de Russen Oost-Europa. De Oost-Europese staten vormen satellietstaten van de SU. Daarmee zijn ze communistisch geworden.
Ook raakt de SU verzeild in de Koude Oorlog, de constante strijd met de VS. Na WO2 wordt de wereld in beslag genomen door de rivaliteit tussen het kapitalisme en het communisme. Deze rivaliteit wordt op verschillende plekken in de wereld uitgevochten, zoals Cuba, Vietnam, Afghanistan en het Midden-Oosten, maar leidt nooit tot een directe oorlog tussen de VS en de SU.
Stalin overlijdt in 1953. Chroetsjov is zijn opvolger. In 1964 wordt Chroetsjov door een staatsgreep ten val gebracht en wordt hij opgevolgd door Brezjnev. Drie jaar na het overlijden van Brezjnev, in 1985, komt Gorbatsjov aan de macht. Hij weet de sfeer tussen Oost en West te verbeteren.
In 1989 krijgen de Oost-Europese staten hun onafhankelijkheid. Dit wordt gesymboliseerd door de val van de Berlijnse Muur, die daarmee ook het einde van het communisme markeert. Gorbatsjov wordt in 1990 president van de SU. De SU houdt vanaf 1 januari 1992 officieel op te bestaan.
In de Sovjet-Unie, maar ook in het Rusland van voor en na de Sovjetperiode, is sprake van een diepgewortelde jodenhaat. Joden leven al negenhonderd jaar in het land. Met revolutie van 1917 verbetert hun slechte positie niet, al wordt jodenhaat wel officieel verboden. Ze mogen het land niet uit.
Tijdens WO2 worden zes miljoen joden door de Duitsers omgebracht. Vier miljoen van hen komen uit Polen en de SU. Later is het voor Joden verboden naar Israël te emigreren. Velen van hen worden het slachtoffer van Stalin’s politiek. Ook na van de val van het communisme verbetert hun positie niet. Er leven in 2005 nog ongeveer 1,8 miljoen joden in het huidige Rusland.
