Vervangingstheorie

(of: substitutietheorie)

De in christelijke kring ontwikkelde gedachte dat ‘de Joden’, het oorspronkelijke volk Israël, als uitverkoren volk door God zou zijn vervangen door ‘de Kerk’, d.w.z. de vanuit Rome bestuurde christelijke kerkorganisatie.

De Kerk van Rome: Gods nieuwe liefde?

Volgens de aanhangers ervan heeft God na de door van Jezus een verbond gesloten met de christelijke Kerk. Het oude verbond met Israël zou daarmee verbroken zijn. Een belangrijk aspect ervan is het verdwijnen van het Jodendom uit Israël (diaspora), nadat de Romeinen Jeruzalem hadden verwoest (132-135 n. Chr.). Een ander opmerkelijk aspect is dat de Kerk besloten heeft de Bijbel in twee delen te splitsen. Het oorspronkelijke Hebreeuwse deel kreeg de  tamelijk denigrerende titel Oude Testament; het latere, christelijke deel werd het Nieuwe Testament.

Augustinus heeft de theorie ontwikkeld. Andere kerkgeleerden hebben de idee met gretigheid overgenomen. Vanzelfsprekend is dit christelijke dogma (leerstuk) joden een doorn in het oog.

Door de eeuwen heen heeft de Kerk op basis van de vervangingstheorie Joden gediscrimineerd en vervolgd. De laatste jaren hebben veel christenen de idee losgelaten. De Holocaust neemt bij het veranderde denken een niet geringe plaats in. De juiste houding vinden tegenover het Joodse volk, oftewel het oude, bijbelse Israël, levert in de christelijke wereld nog vandaag problemen op. Dat geldt zowel voor de rooms-katholieke als de protestante kerken. Ook het nieuwe Israël, de Joodse staat van 1948, is niet gemakkelijk te integreren in de christelijke denkwereld. De solidariteit met Gods volk staat op gespannen voet met het medelijden dat veel christenen voelen voor de Palestijnse Arabieren.