Wahhabieten

Aanhangers van een uiterst strenge en militante vorm van geloof.

Volgelingen van de achttiende-eeuwse islamitische Arabische  theoloog en ‘islamzuiveraar’ Abd al-Wahhab (1703-1792).  

Hun leider wilde, naar analogie van zijn grote voorbeeld uit de 13e eeuw, Ibn Taymiyya, de islam van allerlei franjes en onzuiverheden ontdoen. Hij streefde ernaar de soennitische traditie in eer te herstellen. Hij keerde zich fel tegen de persoonsverheerlijking die ontstaan was rond Mohammed. Hij was verantwoordelijk voor een tegen grafmonumenten gerichte ‘beeldenstorm‘ en wekte daarmee de woede van de islamitische bestaande orde.

Wahhab sloot een bondgenootschap met Mohammed ben Saud, waardoor de eerste Saoedische staat tot stand kwam (1744-1817). De sharia, de islamitische religieuze wetgeving, werd in de nieuwe staat ingevoerd. De nieuwe eenheid veroorzaakte een aardverschuiving in de Arabische stammenstrijd: niet langer zag men elkaar als de te doden vijand, maar vanaf nu richtte men zich op de buitenwereld.

De Wahhabieten wisten in de negentiende eeuw grote delen van het Arabisch schiereiland te veroveren, waaronder Mekka en Medina. Het waren de Turken (1813) die hun opmars een halt toeriepen. Aan de wahhabitische staat kwam een eind, maar de beweging bleef bestaan.

De terreurbeweging Al-Qaida heeft een aantal van de wahhabitische stellingen overgenomen en predikt dezelfde eenvoud en soberheid. Het Westen (vooral Amerika) en de ‘afvallige’ leiders in de Arabische en islamitische wereld zijn de grote vijand. Het is ook volgens Al-Qaida geoorloofd de heidenen en de afvalligen te doden.

Enigszins vergelijkbaar is de protestantse stroming in Noord-Amerika die aan het begin van de 20e eeuw het christelijke geloof terug wilde brengen tot zijn fundamenten. Ook daar schrokken sommigen niet terug van het toepassen van geweld om de Bijbelse wetten te handhaven.