Yassin

Medeoprichter van de Palestijnse terreur- of verzetsorganisatie Hamas. 

Geboren in 1938 in de buurt van de Askalon. Brengt zijn jeugd door in het Shati vluchtelingenkamp (Gaza). Komt als 14-jarige met een rugbeschadiging in een rolstoel terecht nadat hij in ondiep water heeft gedoken. De titel sjeik ontvangt hij niet als resultaat van de traditionele schoolopleiding (madras), maar wordt hem als eretitel door zijn volgelingen verleend. De Israëlische bezetting van vooral de Gazastrook wekt zijn interesse voor zowel sociale als politieke aspecten van de strijd.

Sluit zich aan bij de Moslim Broederschap en bouwt aan de sociale infrastructuur van de Gazastrook. Met zes andere leden van de Broederschap (Dukhan, Nashar, Rantisi, Shama’a Shihada en Yazuri) ontwikkelt hij een nieuwe, op meer politieke agressie gerichte  strategie: samen richten ze de Hamas op.

De beweging verandert gaandeweg steeds meer in de richting van een militante organisatie. In 1989 wordt hij – op beschuldiging van moord op twee soldaten van de IDF – in Israël gevangengezet en tot levenslang veroordeeld. In 1997 wordt hij uit de Israëlische gevangenis ontslagen, in ruil voor een paar medewerkers van de Israëlische geheime dienst, de Mossad, die zouden hebben geprobeerd een andere Hamas-leider, Khaled Mashal, te vermoorden en in Jordanië gevangen zaten.

De Israëlische opsluiting van Yassin en enkele geestverwanten leidt ertoe dat de hardliners binnen Hamas steeds meer invloed krijgen.

Tijdens de vredesonderhandelingen tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit plaatst de PA hem bij herhaling onder huisarrest. Steeds komt hij onder druk van demonstraties los.

Bij herhaling eist hij namens  Hamas de verantwoordelijkheid op voor bloedige terreuraanslagen op Israëlische burgers.

In juni 2003 kondigt Israël – in het kader van de doelstelling de aanstichters van zelfmoordaanslagen uit de weg te ruimen – aan: ” Yassin is niet immuun voor moord”.

Op 6 september 2003 doet het Israëlisch leger een poging hem in Gazastad met een zware bom uit de weg te ruimen, maar hij komt er met kleine verwondingen vanaf.

Yassin verklaart dat hij niet tegen de dood opziet en het een eer zou vinden als martelaar te sterven. Ook zegt hij dat Israël een onvergetelijke les zal krijgen.

Op 22 maart 2004 wordt hij bij een Israëlische aanslag gedood. Ook enkele familieleden en bewakers komen om. De actie, die in Israël wordt betiteld als zijn gerechte straf, leidt in de hele wereld tot heftige emoties: het merendeel van de politieke leiders veroordeelt de moord.

In de Bezette Gebieden gaan honderdduizenden mensen de straat op en zweren bloedige wraak.

Voorspeld wordt dat zijn opvolger, de vlot Engelssprekende arts Rantissi, veel agressiever te werk zal gaan. Lang krijgt de laatste niet de gelegenheid te laten zien wat hij waard is. Een paar maanden later wordt ook hij door het Israëlische leger geliquideerd.