
De georganiseerde (Joodse) beweging die al sinds eind 19e eeuw terugkeer naar het ‘beloofde land’ nastreeft. Er wordt over gedacht in uitersten. Voor de één een verheven streven – en op handen gedragen. Voor de ander bron van felle haat: ”meest criminele onderneming aller tijden”.
Tegenstanders van het zionisme noemen het streven racistisch. Waarom? Omdat de zionisten ‘andere rassen’ zouden willen uitsluiten van vestiging in Israël. Een VN-resolutie die deze mening bevestigde werd jaren later herroepen. Van een Joods ras is geen sprake en ruim 20% van de bevolking is Arabisch.
Eerst wel, later niet
In 1975 veroordeelt de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties het zionisme als een vorm van racisme en raciale discriminatie. De USA en de leden van de E.G. stemmen tegen. VN-critici beschouwen de veroordeling als de grootste aanfluiting in de geschiedenis van de wereldorganisatie. De VN-resolutie wordt in 1991 formeel herroepen. In veel krantencommentaren en op vele duizenden websites wordt van dat laatste – al dan niet opzettelijk – nauwelijks melding gemaakt. Op het VN-wereldcongres tegen racisme in Durban, Zuid-Afrika (aug.-sept. 2001) klinkt opnieuw de oproep om de staat Israël en de zionistische beweging wegens racisme te veroordelen.
Begrippen
De felle oppositie die sinds 1880 van alle kanten tegen het zionisme – dus de wens tot terugkeer naar Israël – is en wordt gevoerd, gaat de geschiedenis in als het antizionisme. Tegenstanders zien in het zionisme zelfs een ‘criminele organisatie, gesteund door de criminelen in het Witte Huis’.
Een ander begrip is het antisemitisme: de in algemenere zin op alle joden gerichte (‘raciale’) haat. De begrippen worden vaak door elkaar gehaald. Ze dekken voor een deel dezelfde lading en overlappen elkaar.
Tegenstand en steun
Een deel van de christelijke wereld heeft zich vanaf het begin tegenover het zionisme discriminerend opgesteld. In rooms-katholieke kringen, maar ook onder protestanten, is sprake van openlijk antisemitisme. Dat geldt net zo voor de houding naar het zionistisch streven. Aan de andere kant bestaat er ook sympathie en begrip voor de zionisten. Zelfs is er daadwerkelijke, praktische steun – van onder meer de Christen-Zionisten (ICAJ; ICEJ).
De Arabische wereld keert zich in felle bewoordingen tegen wat omschreven wordt als de ‘zionistische entiteit’. In grote lijnen geldt voor de islamitische wereld hetzelfde. Tegen de ‘zionistische indringer en onderdrukker’ woedt daar, meer nog dan tegen het Westen, een felle propaganda.
