Migratie

Immigratie, emigratie. Het ene gebied of land verlaten en in een ander gebied of land opnieuw beginnen. Volksverhuizingen komen in alle eeuwen voor, op kleine of grote schaal en in allerlei varianten.  Niet alleen binnen Europa, van Europa naar Amerika en Australië, maar ook – en veel eerder – vanuit Afrika naar Europa en Azië.

Joden hebben gedurende hun hele geschiedenis met migratie te maken gehad. De staat Israël is deels gefundeerd op migratie tussen 1880 en WO2 en deels op migratie die sinds de oprichting ervan (1948) heeft plaatsgevonden.

Voordat de Joden over de rest van de wereld verspreid raakten, rond 70-135 na Christus, migreerden zij al veelvuldig. Hongersnood bracht het volk naar Egypte. Onder leiding van Mozes keerde het terug naar het beloofde land. Verschillende malen, bijvoorbeeld onder de onderdrukking van de Babyloniërs, werden zij gedwongen (tijdelijk) te migreren. Zo kwamen Joden verstrooid over de wereld terecht, iets wat nog versterkt werd na de verwoesting van de tweede tempel in 70 n. Chr. door de Romeinen. Joden verlieten massaal hun land en vertrokken naar andere delen van het Midden-Oosten, maar ook naar Noord-Afrika en Europa.

Het Joodse volk in de diaspora kreeg te maken met antisemitisme, dat ook weer aanleiding voor nieuwe migratie was. Zo zagen Joden zich eind vijftiende en begin zestiende eeuw gedwongen Spanje en Portugal te verlaten. Andere landen, zoals Argentinië, maar ook steden als Antwerpen, Amsterdam en Kopenhagen, bleken dienst te doen als nieuwe thuishaven.

In de zeventiende en achttiende eeuw verhevigden pogroms in vooral Polen en Rusland. Het zionisme kwam op eind negentiende eeuw: de Joden zouden een eigen veilig thuisland, een eigen staat moeten hebben. Ook dit leidde weer tot migratie. Sommige Joden maakten de oversteek naar de Verenigde Staten, maar kleinere groepen vertrokken – vaak illegaal – naar Palestina. Zij zagen dat als hun historische, beloofde land. De verhuizing van Europa naar het ‘eigen’ land was op zich niets bijzonders. Veel grotere groepen mensen verhuisden in dezelfde periode van het ene naar het andere land. Ook dat een groep nieuwkomers een machtsblok gaat vormen komt vaker voor en is dus niet speciaal.

Welke factoren waren het dan die al in de jaren 1920 leidden tot Arabisch gewelddadig verzet?

  • de veel betere resultaten die Joodse nieuwkomers wisten te bereiken in de landbouw, waardoor Arabische inwoners van de Joden afhankelijk dreigden te worden
  • de rechten die Joden – op religieuze en historische (bijbelse) basis – verklaarden te hebben op het land: het zionisme en dreigend herstel van het oude Israël
  • het ontstaan van een machtsblok van niet-moslims, van ‘ongelovigen’, die eeuwenlang een ondergeschikte positie binnen de islamitische wereld, de Dar al-Islam, waar Palestina deel van was, hadden ingenomen.

In de jaren vóór, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog wisten steeds meer Joden het land te bereiken. Na de oprichting van Israël besloten Joden uit de hele wereld hun geluk te beproeven in de nieuwe Joodse Staat. In 1948 woonden er ongeveer 600.000 Joden in het land, in 2010 zijn het er ruim vijf miljoen. Circa 20% van de bevolking bestaat uit Arabieren.

Meer informatie:

http://www.moia.gov.il/english/netunim/stats.htm