Imperium, bestuurd vanuit de stad Rome.
Bezet Israël. Verjaagt de Joden uit hun land.
Vervolgt de christenen.
Verklaart het christendom later tot staatsgodsdienst.
Het Romeinse rijk ontstaat ruim vóór het begin van onze jaartelling en valt in 395 uit elkaar. Gebieden: Middellandse zeegebied en grote delen van West-Europa. Omvat tevens steden aan de Noord-Afrikaanse kust en delen van het Midden-Oosten.
In 63 v. Chr. wordt Israël door de Romeinen bezet. Hoogtepunt van het rijk: tijdens keizer Trajanus (keizer van 98-117 n. Chr.) Het rijk ontstaat vanuit stadstaat Rome. Centralistische bestuursvorm. Keizers zijn gericht op het uitbreiden van de macht binnen het rijk. De leiders zijn vaak decadent en opportunistisch en passen verdeel-en-heerspolitiek toe. In het westen wordt Latijn gesproken en in het oosten Grieks.
Omvang wereldrijken
Uit een studie van R. Taagepera, ‘Size and Duration of Empires of Empires: Systematics of Size’ (Social Science Research, vol. 7, 1978, blz. 108-127), blijkt de omvang van enkele wereldrijken.
Het grootste wereldrijk ooit is het Britse rijk, dat rond 1925 een omvang had van circa 34 miljoen km2.
Het Mongoolse rijk (1300) mat 24 miljoen km2, het rijk van Alexander de Grote (323 v.Chr.) 5,2 miljoen en het Romeinse rijk 4,4 miljoen.
De enorme omvang zal uiteindelijk in het nadeel van het rijk werken: het wordt steeds moeilijker gebieden onder controle te houden. Keizer Constantijn verplaatst de hoofdstad van het rijk naar Byzantium in 330. Het is ook keizer Constantijn die zich in 312 als eerste keizer tot het christendom bekeert. Hiermee wordt het rijk voor het eerst een christelijk rijk.
De Romeinen roeien het jodendom bijna uit tijdens hun overheersing in het nabije oosten. Joden worden behandeld als tweederangs burgers en meerdere malen verbannen. Daarnaast worden de joodse heiligdommen door de Romeinen vernietigd. Tijdens de bezetting vinden driemaal joodse opstanden plaats.
Voordat keizer Constantijn zich bekeert hebben ook de christenen het zwaar te verduren in het rijk. Ze worden als heidenen behandeld. De Romeinen aanbidden een hele reeks Romeinse goden, met Jupiter als oppergod. Het christendom breidt zich, ondanks tegenwerking van het Romeinse bestuur, uit in het rijk.
