Gemeenschap in Samaria in Israël.
Noemen zichzelf Shomeriem.
Het volk komt al voor in de Bijbel. In 722 v. Chr. worden de tien stammen uit de streek verdreven. Er zijn echter ook stammen die mogen blijven en zich vermengen met nieuwe volkeren. Hieruit ontstaat de stam der Samaritanen.
Door de zuidelijke Israëlieten worden zij niet als echte Israëlieten beschouwd. Zij mogen niet helpen bij de heropbouw van de tempel in Jeruzalem en worden er zelfs van beschuldigd de heropbouw dwars te zitten.
Hebben gedurende hun geschiedenis te maken met onderdrukking. Eerst van de joden, dan door de Romeinen. Tijdens de Byzantijnse overheersing van de christenen en later van de moslims.
In de vierde en vijfde eeuw zijn er meer dan een miljoen leden van de Samaritaanse gemeenschap. In 1917 zijn er nog maar 146 Samaritanen over. Vanaf de jaren dertig groeit de gemeenschap weer in aantal. In 1948 zijn er 250 Samaritanen, in 1969 414 en in 2003 654. Ze wonen in Holon en Kiryat Luza.
De Samaritanen beschouwen zichzelf als de echte joden. Ze baseren hun geloof alleen op de Thora. De Samaritaanse Thora is niet identiek aan de joodse. Andere Bijbelboeken worden verworpen. Ze volgen alleen de profeet Mozes in zijn leer.
Taal: Hebreeuws of Arabisch. Kennen daarnaast hun eigen schrift. Het Hebreeuws dat zij spreken is een dialect van het joodse Hebreeuws.
De helft woont tegenwoordig in de Kiryat Luza in de buurt van Mt. Gerizi en de andere helft woont in de Neveh Marqeh-buurt in Holon, die in 1954-1955 werd opgericht.
