Omayyaden

Arabische dynastie en kalifaat (661-750).
Gesticht door Moeawijja ibn Abi Soefjan, vooraanstaand lid van de familie Omayya.
Onder zijn bewind verhuist de machtsbasis van het islamitische rijk van Medina naar Damascus.
Een tweede dynastie wordt in Spanje gesticht door de voor de Abbasiden gevluchte Al-Rahman (756-1027).

Ook: Omajjaden, Umayyaden, Oemajjaden, Oemayyaden. De profeet Mohammed overlijdt in 632. Zijn vriend en schoonvader, Abu Bakr, wordt tot kalief, leider van de moslimgemeenschap, gekozen. Andere directe familieleden van Mohammed zijn niet bij deze verkiezing betrokken.

Onder Mohammed’s volgelingen zijn velen ervan overtuigd dat zijn neef en schoonzoon Ali een rechtmatiger opvolger zou zijn. Volgens de overlevering zou de profeet Ali, met wie hij was opgegroeid, zijn broer en opvolger hebben genoemd.

Ali verzet zich niet tegen de verkiezing van Abu Bakr. Tijdens het bewind van Abu Bakr’s opvolger Omar neemt hij zelfs deel aan de regering.

Na Omar’s overlijden ging het kalifaat naar Othman (Uthman, Oethman, Oethmaan), lid van de Omayyaden-familie. Othman plaatste zijn familieleden op belangrijke posten en was een slecht regent. Het verzet tegen Othman groeide; hij werd door tegenstanders om het leven gebracht.

Ali werd verzocht het kalifaat op zich te nemen. Hij aanvaardde de functie in 656.

De Omayyaden, die allen belangrijke overheidsfuncties bekleedden rebelleerden tegen Ali’s benoeming. Ze kozen Muawiya tot kalief. Er ontbrandde een strijd. Ali ontvluchtte het in het huidige Saoedi-Arabië gelegen Medina en vestigde zich in het Irakese Kufa.

Tijdens het conflict tussen Ali en de Omayyaden ontstond een nieuwe groepering: de Kharjieten. De Kharjieten waren oorspronkelijk volgelingen van Ali. Ze splitsten zich af toen Ali begon te onderhandelen met de Omayyaden. Ali stond bekend om zijn ethische en religieuze principes. Toen hij zijn standpunten matigde vonden de Kharjieten dat Ali de islam verried. Het waren de Kharjieten die Ali in 661 vermoordden.

De islamitische wereld raakte door het conflict over het kalifaat verdeeld in twee groepen: de soennieten, de seculiere denkrichting van de Omayyaden, en de sji’ieten, de spirituele volgelingen van Ali. De Omayyaden hielden het kalifaat van 661 tot 750 in hun familie.

In Irak werd de autoriteit van de Omayyaden-dynastie niet erkend. Men beschouwde de opvolgers van Ali als leider. De titel kalief liet men aan de Omayyaden. Ze gaven hun geestelijk leiders de titel imam. Tien imams volgden Ali, van vader op zoon, op. De elfde imam stierf zonder een zoon die hem kon opvolgen en de sji’iten raakten verdeeld in sekten. Eén van deze sekten was de Qatiya. Zij geloofden dat de laatste iman wel een zoon had nagelaten, maar dat deze twaalfde imam zich verborgen hield. Het is deze, in de twaalfde imam gelovende beweging, die tegenwoordig bijna exclusief het sji’isme vertegenwoordigt.

Onder de Omayyaden-dynastie maakte het islamitische rijk een enorme expansie door. Het centrum werd onder kalief Muawiya van Medina naar Damascus verplaatst.

De profeet Mohammed en de eerste kaliefen onderscheidden zich, in leefwijze en kleding, niet van hun medemoslims. Kalief Muawiya en zijn opvolgers gedroegen zich als vorsten. Het hof werd gescheiden van de moslimgemeenschap en ze omgaven zich met weelde, luxe en officiële plechtigheden.

De opvolging van het Omayyaden-kalifaat was een mengeling van verkiezing en benoeming. De regerend kalief benoemde een opvolger, die vervolgens na zijn dood door de notabelen als nieuwe kalief werd gekozen.

Het vergaren van rijkdom en het instellen van een soort monarchie riep weerstand op onder de moslims, omdat het strijdig is met de sociale en religieuze grondbeginselen van de islam.

Tijdens het bewind van kalief Moeawiya (Muawijja) heerste er twintig jaar lang vrede in het islamitische rijk. Hij versterkte de macht over Iran en Irak. Toen Moeawiya stierf werd hij opgevolgd door zijn zoon Yazid. Tijdens diens bewind brak er een burgeroorlog uit met de volgelingen van Ali. Ali’s zoon Hoessein werd door Yazid en zijn volgelingen vermoord in Karbala, Irak. Ali en Hoessein worden sindsdien als martelaren door sji’iten vereerd.

De moord op Hoessein leidde tot verzet in Medina. Yazid sloeg de opstand neer en belegerde daarna Mekka. Hij overleed tijdens het beleg en werd opgevolgd door zijn jonge zoon Muawiya II. Deze overleed al gauw. Over de opvolging van het kalifaat ontbrandde een strijd, die zich concentreerde tussen twee kandidaten en de stammen die zij vertegenwoordigden. Marwan Ibn Al-Hakam werd in 684 de nieuwe kalief. Hij stond aan het begin van de Marwaniden-lijn binnen de Omayyaden-dynastie.

De nieuwe kalief overleed een jaar na zijn aantreden. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Abd Al-Malik. Abd Al-Malik werd kalief terwijl heel Arabië onder controle stond van zijn vader’s tegenstander Ibn Al-Zubayr.

In Irak was Al-Mukhtar aan het bewind. Hij werd verslagen door Ibn Al-Zubayr. In 692 versloeg Abd Al-Malik, in Mekka, Ibn Al-Zubayr. Deze overwinning plaatste de hele islamitische wereld onder de overheersing van de Omayyaden, maar zowel sji’iten als Kharjieten bleven zich verzetten tegen de Omayyaden.

Abd Al-Malik’s zoon, Al-Walid I, breidde het islamitische rijk verder uit. Hij veroverde delen van Egypte, westelijk Noord-Afrika.

In 711 staken de islamitische strijdkrachten de Straat van Gibraltar over en veroverden Spanje. In oostelijke richting werd gebied veroverd tot aan de Indus. Onder het kalifaat van Al-Walid I begonnen de islamitische architectuur en kunst zich te ontwikkelen.

Steeds meer niet-Arabieren, onder wie zowel joden als christenen, binnen het islamitische rijk bekeerden zich tot de islam. Gedwongen bekering vond niet plaats, maar het feit dat niet-moslims formeel geen ingezetenen waren en meer belasting moesten betalen stimuleerde de geloofsverandering.

Door de bekeringen neemt ook het aantal niet-arabisch sprekende moslims toe. Al-Walid I besluit daarom het Arabisch tot de officiële taal te verklaren. Hierdoor gaat niet alleen de Arabische taal, maar ook de Arabische cultuur overheersen in het islamitische rijk.

De Marwaniden-kaliefen die volgen regeren kortstondig, behalve Hisham. Het islamitische rijk breidt zich onder Hisham’s bewind naar Frankrijk uit. In 736 wordt hij bij Tours door de Franken tegengehouden. Een paar jaar later verliest hij door rebellie van Berbers de macht over Marokko en Spanje.

Na Hisham’s overlijden breken opstanden uit van ontevreden niet-Arabieren en Kharjieten. De laatste Omayyadenkalief, Marwan II, probeert de orde te herstellen, maar opstandige Abbasiden hebben de oostelijke provincies van het islamitische rijk al onder controle. De Abbasiden zijn afstammelingen van een oom, van vaderszijde, van de profeet Mohammed. In 749 wordt Abu Al-Abbas door de Abbasiden tot kalief uitgeroepen.

Het daarop volgende jaar worden de Omayyaden door de Abbasiden uitgemoord. Alleen Abd Al-Rahman I weet te ontsnappen; hij vlucht naar Spanje. Hij is de grondlegger van de dynastie van de Omayyaden van Cordoba (756-1027).

Bronnen:

–       Umayyads, the first Muslim dynasty (661-750) – Princeton University website

–       Civil war & the Umayyads – Richard Hooker, 1996, Washington State University

–       The Columbia Encyclopedia, Sixth Edition, 2001