Kerkvader en theoloog.
Verhuist van Alexandrië naar Palestina.
Betreurt dat de joden Christus niet erkennen.
Origenes is geboren in 185 n. Chr., in Alexandrië. De naam Origenes betekent letterlijk ‘zoon van Horus’. Hij wordt al op jonge leeftijd door zijn vader aangespoord tot bijbelstudie. Als hij zeventien jaar oud is, vinden in Alexandrië christenvervolgingen plaats. Zijn vader wordt vermoord. De leider van de Catechetenschool ontvlucht de stad. Zo komen de binnengevallen heidenen bij Origenes terecht voor informatie over het christendom. Op achttienjarige leeftijd is hij leider van de school.
Origenes houdt er een sobere levenswijze op na. Volgens sommige bronnen is heeft hij zichzelf gecastreerd naar aanleiding van de tekst in Mattheüs 19:12, maar de meningen hierover zijn verdeeld. Als zijn leerling Heracles taken van hem overneemt op de Catechetenschool houdt Origenes meer tijd over voor studie. Hij houdt zich bezig met filosofen en intellectuelen.
Alexandrië komt in 215 n. Chr. in opstand tegen de Romeinse overheerser. Origenes wijkt uit naar Palestina, waar hij meteen wordt gevraagd te prediken, ondanks dat hij geen priesterwijding heeft ondergaan. Die is in Palestina op dat moment nog niet verplicht. Later keert Origenes terug naar zijn geboorteplaats. Op verzoek van zijn leerling Ambrosius begint hij aan zijn commentaar op het evangelie van Johannes.
In 230 n. Chr. komt hij opnieuw naar Palestina. Dit keer wordt hij officieel tot priester gewijd. Hij wordt door bisschop Demetrius van Alexandrië uit de stad verbannen. Rome neemt dit besluit over. Palestina, Arabië, Fenicië en Griekenland niet. De theoloog gaat naar Caesarea, waar hij zijn commentaar op het evangelie van Johannes afmaakt. Hij wijdt zich aan godsdienstonderwijs. Van de preken die Origenes in deze periode geeft zijn er zo’n tweehonderd bewaard gebleven. Deze preken gaan meestal over het Oude Testament, en 39 keer over Lucas.
Rond zijn zestigste geeft hij toestemming voor het opschrijven van zijn preken, die hij eigenlijk meestal improviseert. Hij schrijft commentaren op Jesaja, Ezechiël en Hooglied. Daarnaast schrijft hij het werk ‘Tegen Celsus’, waarin hij het werk van Celsus ‘De ware leer’, dat zich tegen het christendom en het jodendom keert, bestrijdt. Daarna schrijft hij nog een commentaar op Matteüs. Volgens Origenes is religieuze kennis een mysterie dat in zijn veelomvattendheid voor mensen ondoorgrondelijk is. In al zijn werk en gedurende zijn hele carrière stelt hij zich ten doel, de Bijbel te verklaren. Hij zoekt naar de diepere betekenis achter de letterlijke tekst. Origenes wordt na zijn dood niet zo gewaardeerd als andere theologen. Hij wordt met regelmaat in twijfel getrokken.
Over de joden stelt Origenes dat de boodschap van God zich in het Oude Testament slechts voor een deel en ook nog verhuld openbaart. Pas in het Nieuwe Testament blijk het te gaan om een openbaring. “Wat baat het u, als Christus eens in het vlees is gekomen, als Hij niet ook in uw ziel is gekomen?” meent hij. Hij verbaast zich erover dat joden zich afwijzend en vijandig opstellen tegenover Christus, terwijl zij toch ook op zoek zijn naar het ware geloof. Hij keert zich tegen het docetisme, dat de ‘vleeswording’ van Jezus ontkent. Kennis en erkenning van Christus betekent voor hem het grootste geluk. Waar het gaat om de Kerk wil Origenes daar graag bijhoren. Anderzijds heeft die veel kritiek op hem en andersom. Hij meent dat de kerk zich teveel luxe permitteert. Hij ziet in de overheid een tegenhanger van de Kerk: dit kan spanningen opleveren.
Origenes had veel contact met joden: de toenmalige wereldstad Alexandrië telde in zijn tijd verhoudingsgewijs de meeste joden. In zijn boek ‘Tegen Celsus’ komt hij ook op voor het joodse volk. Hij stelt dat joden vrije mensen zijn en geen slaven meer. Onder keizer Decius vinden vervolgingen en martelingen plaats, waarvan ook Origenes slachtoffer wordt. In 254 n. Chr. overlijdt hij, waarschijnlijk als gevolg van martelingen. Hij wordt begraven in Tyrus.
Meer weten?
www.vroegekerk.nl/content.php?id=7
“Origenes, een experimenteel theoloog uit de 3e eeuw”, F. Ledegang (1995)
