Na de moord op de Libanese voormalig eerste minister Rafik Hariri op 14 februari 2005, breekt in Libanon een revolutie uit, die in de westerse media al gauw de naam Cederrevolutie krijgt.
De ceder is een boomsoort die groeit op de hellingen van het Libanongebergte en symbool staat voor de Libanese identiteit. Door de naam Cederrevolutie aan de gebeurtenissen in Libanon te geven wordt een vergelijking gemaakt met de Rozenrevolutie (Georgië) en Oranjerevolutie (Oekraïne), twee andere revoluties waarbij het aftreden van een illegitieme regering door het volk wordt geëist en bereikt. Bovendien blijft ook bij de Cederrevolutie het gebruik van geweld zeer beperkt.
Begin 2005 komt Hariri om bij een bomaanslag. Volgens de Libanese oppositie is de aanslag het werk van Syriërs. De Syrische president Assad ontkent dit en veroordeelt de aanslag. De aanslag wordt opgeëist door een onbekende Palestijnse groep, die Hariri als Saoedische spion beschouwt. Zijn dood zou een vergeldingsactie zijn voor de martelarendood van Saoedische veiligheidstroepen. Later blijkt dat het initiatief toch van de Syrische regering is uitgegaan.
De revolutionairen in Libanon strijden tegen de invloed van Syrië in Libanon. Zij keren zich tegen de Syrische militaire aanwezigheid die al zo´n dertig jaar in stand wordt gehouden en eisen een internationale commissie voor het onderzoek naar de moord op Hariri. De zittende pro-Syrische regering treedt af onder druk van tienduizenden demonstranten. Ook vertrekken de Syrische duizenden soldaten en agenten uit Libanon. Eind april vertrekken de laatsten.
Meer informatie:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Cederrevolutie
