39e president van de Verenigde Staten van Amerika.
In een vraaggesprek in 1977 noemt Carter drie voorwaarden voor langdurige vrede in het Midden-Oosten. Ten eerste de erkenning van de staat Israël en haar bestaansrecht door de omringende landen. Vervolgens het bewerkstelligen van permanente grenzen voor Israël, een onderwerp waar flink over onderhandeld zal moeten worden. Als derde probleem dat overwonnen moet worden, noemt Carter ‘the Palestinian problem’: de gewelddadige houding van Palestijnen tegenover Israël en hun idee dat Israël geen recht heeft op het land.
Zegt als eerste Amerikaanse president dat ook het belang van de Palestijnen in acht moet worden genomen: “There has to be a homeland provided for the Palestinian refugees who have suffered for many, many years. And the exact way to solve the Palestinian problem is one that first of all addresses itself right now to the Arab countries and then, secondly, to the Arab countries negotiating with Israel. Those three major elements have got to be solved before a Middle Eastern solution can be prescribed.”
Carter uit de hoop dat het mogelijk is om vrede te bereiken als beide partijen samen gaan praten en onderhandelen. Hij vreest dat het conflict in het Midden-Oosten wel eens een oorlog zou kunnen veroorzaken die zich snel zou kunnen uitbreiden naar alle andere landen ter wereld, onder andere omdat veel grote landen (Japan en landen in Europa) voor hun olietoevoer grotendeels afhankelijk zijn van dat gebied.
Brengt in 1978 de Israëlische premier Begin en de Egyptische president Sadat in Camp David samen voor onderhandelingen. Deze besprekingen, onder persoonlijke leiding van Carter, leiden tot de Camp David-akkoorden, die onder meer inhouden dat de Palestijnen in bezette gebieden op de Westoever en de Gazastrook voor een overgangsperiode van vijf jaar autonomie zullen krijgen. Verder wordt gesteld dat VN-resoluties 242 en 338 als basis moeten dienen voor een nieuwe vrede in het Midden-Oosten. In het uitvoeren van de akkoorden zou voornamelijk een belangrijke taak weggelegd zijn voor Israël, Egypte en Jordanië.
De akkoorden worden verworpen door de PLO en de Arabische landen, en de PLO roept zelfs opnieuw op tot vernietiging van de staat Israël. Egypte wordt tijdelijk uitgesloten uit de Arabische Liga. Jordanië werkt niet mee aan de uitvoering, waardoor er niets terecht komt van de autonomie van de Palestijnen.
In 1979 ondertekenen Begin en Sadat onder leiding van Carter een vredesverdrag tussen Israël en Egypte. Dit verdrag houdt in dat Israël de Sinaï-woestijn teruggeeft aan Egypte in ruil voor de vrede.
Begin en Sadat krijgen de Nobelprijs voor de Vrede voor hun inspanningen bij deze onderhandelingen.
Voltooit onderhandelingen met de Sovjetunie over het SALT II-verdrag om nucleaire wapens te beperken. Het ratificeren van dit plan wordt echter uitgesteld door de Sovjetinvasie in Afghanistan.
Kondigt na deze invasie de Carterdoctrine aan, die inhoudt dat de VS het niet zal toestaan dat een andere mogendheid controle krijgt over de Perzische Golf. Verder voert hij de dienstplicht in de VS opnieuw in.
Zet, om de bezetting door de Sovjetunie tegen te gaan, een trainingsprogramma op voor islamitische fundamentalisten in Pakistan en Afghanistan, dat 40 miljard dollar kost. Dit wordt achteraf genoemd als één van de oorzaken van de instorting van de Sovjetunie.
________________________________
Geboren op 1 oktober 1924 in Plains, Georgia/VS, als James Earl Carter Jr.
Studeert in 1946 af aan de Marineacademie in Maryland en trouwt datzelfde jaar met Rosalynn Smith (1927), met wie hij drie zoons en een dochter krijgt.
Gaat, na zeven jaar als officier bij de marine gewerkt te hebben, terug naar Plains. Daar wordt hij in 1962 politiek actief op staatsniveau.
Wordt in 1970 gekozen tot gouverneur van Georgia. In die functie trekt hij de aandacht omdat hij de nadruk legt op ecologie, efficiënt regeren en het wegnemen van op ras gebaseerde barrières.
In december 1974 stelt Carter zich kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 1976 en de twee jaar erna besteedt hij aan campagne voeren. Hierbij gaat hij onder meer drie keer in debat met de zittende president Gerald Ford.
Wint de verkiezingen van 1976 met 297 ‘electoral votes’ tegen 241 voor Ford.
Tijdens zijn ambtstermijn stijgt de werkgelegenheid in de VS met bijna acht miljoen banen en daalt het begrotingstekort ten opzichte van het bruto nationaal product.
Voert als president een aantal maatregelen door die er samen voor zorgen dat het energietekort teruggedrongen wordt. Verder strijdt hij door middel van hervormingen voor het verminderen van bureaucratie.
Als één van de eerste presidenten strijdt Carter voor behoud van het milieu, onder andere door uitbreiding van het systeem van nationale parken. Hierbij worden onder meer 103 miljoen acres land in Alaska beschermd.
Ook maakt Carter zich sterk voor betere sociale omstandigheden in het land. Hiervoor richt hij een ministerie van Onderwijs op en versterkt hij het systeem van sociale zekerheid. Verder neemt hij een recordaantal vrouwen, zwarten en mensen van Spaanse afkomst aan op overheidsfuncties.
Tijdens de laatste 14 maanden van Carters ambtstermijn, is het land in de ban van de gijzelneming van het personeel van de Amerikaanse ambassade in Iran. De consequenties van de gijzeling en de hoge inflatie in de VS zelf, zorgen ervoor dat Carter de verkiezingen van 1980 niet wint.
Zelfs na zijn verlies bij de verkiezingen gaat hij door met de onderhandelingen over het vrijlaten van de gijzelaars in Iran. Uiteindelijk laat Iran de gijzelaars vrij op de dag dat Carter aftreedt als president.
Krijgt in 2002 de Nobelprijs voor de Vrede, omdat hij zich na zijn presidentschap is blijven inzetten voor handhaving van mensenrechten, democratie en wereldvrede. Ook bemiddelde hij onder andere in het Ogaden-geschil tussen Somalië en Ethiopië, en in Bosnië-Herzegovina.
_____________
Bronnen:
