Bewoners van het land Filistea, het zuidwestelijk deel van het Israël en de Palestijnse gebieden van nu. Vestigen zich tussen de 17e
en 12e eeuw v. C. in het land Kanaän. Vermoedelijk van overzee gekomen Grieks volk.
Naam
In de oorspronkelijke tekst van de Hebreeuwse bijbel (voor de christelijke wereld het Oude Testament of O.T.) wordt gesproken van de Peleshtim of P’leshtim. In antieke Egyptische inscripties komt de aanduiding Prst voor. Peleshet (Peleset) is een Engelse vertaling.
Oorsprong
Al in de oudste literatuur over de Filistijnen (Filistin) wordt het Griekse Kreta aangewezen als land van oorsprong. Ook Cyprus wordt in dat verband genoemd. De Filistijnen zijn in het Oude Testament van de Bijbel – tussen de richter Jefta en koning David – nadrukkelijk aanwezig als grootste vijand van het volk Israël. De belangrijkste oorzaak van hun expansie is de kwaliteit van hun wapens. Die waren van ijzer; die van de Israëlieten van brons. Na de nederlagen tegen koning David – als de Israëlieten ook over ijzeren wapens beschikken) vermindert hun machtspositie aanzienlijk. Koning David neemt volgens de Bijbel veel Filistijnen op in zijn leger. Bekende steden van het volk: Asdod, Ekron, Askelon, Gath en Gaza. Ze bestaan vandaag nog. De Filistijnen worden in Egyptische teksten ‘zeevolken’ genoemd.
De bekende leider van de Palestijnen, Arafat, heeft bij herhaling de claim uitgesproken dat de Palestijnen van nu rechtstreeks afstammen van de Filistijnen. Als zijn verklaring wetenschappelijk kan worden bewezen dan is het Palestijnse volk dus niet van Arabische maar van Griekse oorsprong.
Oorlog
In de Bijbel wordt een groot aantal veldslagen tussen Filistijnen en het volk Israël gemeld, waarbij wederzijds extreme wreedheden niet uit de weg worden gegaan. Het verhaal van David en Goliath staat hiervoor symbool. Bij elkaar geteld gaat het om honderdduizenden slachtoffers. Volgens sommige Bijbelgeleerden hebben de enorme aantallen niet meer dan een symbolische waarde; ze kunnen onmogelijk werkelijk waar zijn. De eerste melding van deze slagen wordt gemaakt in Richteren 3.13: ene Samgar verslaat 600 Filistijnen met een ossenstok. In Richteren 15 doodt Simson maar liefst 1.000 man in een enkele veldslag.
Drama
Hoe de verhoudingen tussen Filistijnen en Israëlieten zouden hebben gelegen in de (Bijbelse) tijd van de Richteren (Bijbelboek; ook wel Rechters genoemd) wordt geïllustreerd door de roemruchte romance tussen Simson en Delila: een Israëlitische krachtpatser en zijn Filistijnse vriendin.
Sommige bijbelcritici noemen Simson de eerste zelfmoordterrorist, omdat hij onschuldige burgers van de tegenstander in zijn dood meesleept. Ook de hoofdpersonen uit een ander beroemd verhaal, dat David en Goliat, de kleine en bescheiden David, die de snoevende reus Goliath met een slinger weet te vellen, zijn een Filistijn en een Israëliet.
Pro-Palestijnse commentatoren wijzen erop dat de rollen drieduizend jaar later zijn omgedraaid: Goliat staat volgens hen voor de staat Israël: op het oog onverslaanbaar maar log en zonder zelfbeheersing, en David voor de Palestijnen, jong, kwetsbaar en klein.
