Jodenhaat. Afkeer van Joden om hun Joodszijn. Eeuwenoude vorm van discriminatie. “Ernstige ziekte”, ontstaan in het vroege christendom. Komt in de 20e eeuw tot een climax in pogroms en de Holocaust. Vandaag een onrustbarend verschijnsel in de Arabische wereld en die van de islam. Samen met zionisme en religieus fanatisme de belangrijke bron van het conflict tussen Israël en zijn Arabische buurlanden. Begin 21e eeuw komt opnieuw de beschamende vraag aan de orde of Joden nog wel veilig zijn in (West-) Europa.

De literatuurlijst over antisemitisme is lang. Hierboven afgebeeld: aanbevolen analyse van een pijnlijke smet op het blazoen van West-Europa: Dr Chris Quispel, 2015, Uitgeverij Verloren BV.
En hier een link naar een interview met de schrijver:
https://www.antisemitismepreventie.nl/interview/historicus-chris-quispel-antisemitisme-als-eindexamenonderwerp/
(Ook: anti-semitisme, anti-Semitisme). Het woord is afgeleid van ‘Anti’ (= tegen) en ‘Sem.’ Sem is in de Bijbel één van de drie zonen van Noach (zondvloed; ark van Noach). Zijn beide andere zonen zijn Cham en Jafeth.
De aanduiding, die staat voor anti-Joods denken en handelen, is volkenkundig incorrect. Immers Palestijnse Arabieren en Arabieren uit de omliggende landen hebben dezelfde Semitische oorsprong. Aanverwante begrippen, die vaak in elkaar overlopen maar een andere inhoud hebben, zijn: anti-judaïsme en antizionisme. In de laatste decennia heeft zich een nieuwe vorm ontwikkeld: ‘ik ben niet antizionistisch en ook niet anti-Joods, maar wel anti-Israël’.
Het verschijnsel is al bekend uit de Hebreeuwse Bijbel (voor christenen het Oude Testament): o.a. Farao’s demagogische opmerking dat het volk talrijker zou zijn dan de Egyptenaren – en uit de hellenistische (Griekse) periode.
Antisemitisme doet zich voornamelijk in christelijk Europa en het Midden-Oosten voor. In beide Amerika’s, Australië, Afrika en Azië is het een veel minder bekend verschijnsel. Sinds de vestiging van de staat Israël ontwikkelt het zich op een onrustbarende manier in de Arabische en islamitische wereld.
De term wordt voor het eerst gebruikt in 1894 door de schrijver en publicist Wilhelm Marr (1819-1904), oprichter van de Liga van Antisemieten (auteur van o.a. de anti-Joodse publicatie “Der Sieg des Judenthums über das Germanenthum. Vom nicht-confessionellen Standpunkt aus betrachtet” (1879).
In de Hebreeuwse Bijbel of het Oude Testament zou al sprake zijn van haat tegen het volk Israël. Als voorbeeld wordt genoemd de massamoord die de Egyptische heerser (farao) laat uitvoeren op de ‘eerstgeboren’ kinderen van de Israëlieten. In het Nieuwe Testament zou al sprake van antisemitisme met de beruchte tekst: ‘Zijn bloed kome over ons, en over onze kinderen’ (Mattheüs 27:25).
Een tekst in het evangelie van Johannes – om de verdorvenheid van de Joden aan te tonen – is veelvuldig gebruikt als aanzet tot Jodenhaat: ”Gij hebt de duivel tot vader” (Johannes 8:44).
Christelijk antisemitisme
De vroegste kerkvaders, Origenes en Augustinus, laten zich in ongunstige termen over de Joden uit. In 1543 schrijft Luther het boek “Von den Juden und ihren Lügen” en is daarin niet vriendelijk tegenover de Joodse gemeenschap. De lijst van antisemitische uitlatingen, gedaan door kerkelijke gezagsdragers (pausen, kardinalen) uit naam van de Kerk (Vaticaan), kan met honderden andere voorbeelden worden aangevuld.
Fascistisch antisemitisme
Hitler, de Duitse ‘Führer’ en fascistisch leider van de nazi’s (het beruchte nationaalsocialisme) kondigt in zijn boek ‘Mein Kampf’ aan, het ‘probleem van de Joden in Europa’ grondig te zullen aanpakken. Hij beroept zich daarbij onder meer op de geschriften van kerkleider Maarten Luther. Ook stelt hij de Joden verantwoordelijk voor het ontstaan van WOII. Dat hij in zijn schrijfwerk de Holocaust of Sjoa, een genocide op de Joden dus, aankondigt is een misvatting.
Het antisemitisme heeft – vooral in christelijk Europa – in de loop der eeuwen geleid tot een lange lijst van wandaden tegen Joden: gewelddadige discriminatie, in brand steken van synagogen, pogroms, poging tot uitroeiing. Deze hebben bijna nooit een andere relevantie dan dat de Joden een gevaar zouden vormen voor de gemeenschap. Meestal wordt dat gevaar niet nader uitgewerkt. Niet zelden is de motivatie gebaseerd op bewijsbare leugens.
Het antisemitisme houdt na afloop van W.O. II niet op: ook daarna is er nog geregeld sprake van pogroms (Polen). Andere vormen van antisemitisme zijn het bekladden van Joodse graven, het in brand steken of doen exploderen van synagogen, het uitschelden en molesteren van Joodse medeburgers. Begin 21e eeuw komt zelfs opnieuw de beschamende vraag aan de orde of Joden nog wel veilig zijn in (West-) Europa.
Zionisme
Israël, of Kanaän, of Palestina, is vanaf rond 1300 v. Chr. het ‘heilige land’ van het Joodse volk. Vanaf het begin van onze jaartelling ook van de christenen. Het rond 1880 opkomend zionisme, d.w.z. de wens om een veilig tehuis te vinden in datzelfde Palestina, kan niet los worden gezien van het antisemitisme dat overal in Europa voortdurend de kop opsteekt.
Het conflict als katalysator
Rond het jaar 2000 – vooral na het begin van de tweede intifada – nemen antisemitische uitingen in Europa opnieuw toe. Dat zou het gevolg zijn van het conflict tussen Israël en zijn buurlanden en dan vooral de Israëlische bezetting van Palestijns gebied en de onderdrukking van het Palestijnse volk. Ook valt, vanwege de financiële en militaire steun van de Verenigde Staten aan Israël, een sterke toename van het anti-Amerikanisme te signaleren.
‘Tien tips tegen antisemitisme’
In 2002 verschijnt onder deze titel een opmerkelijk artikel in de Fabelkrant: Daarin wordt uitvoerig gewaarschuwd voor stereotiepe denkbeelden en teksten waarmee je in de valkuil van het aloude antisemitisme terechtkomt:
- Bekritiseer ook altijd de moslimfundamentalisten en vergoelijk nooit zelfmoordaanslagen
- Neem stelling tegen antizionisme
- Spreek niet van genocide en noem Israël niet de grootste mensenrechtenschender
- Vergelijk Israël niet met nazi-Duitsland
- Stel niet ‘de joden’ verantwoordelijk voor de daden van de Israëlische staat
- Gebruik geen antisemitische stereotypen
- Wijs ideeën over een pro-Israëlische samenzwering van de hand
- Noem Israël geen kunstmatige staat
- Stel het bestaansrecht van Israël niet ter discussie
- Geef nooit Israël de schuld van het antisemitisme.
Bij veel mensen leeft skepsis over deze regels. Er moet discussie op gang komen. Over “de” Joden, het Joods geloof en de staat Israël – maar ook over Palestina en de Palestijnen – zijn feitelijke onjuistheden in omloop. Het is niet overdreven te stellen dat de visie van veel mensen nog steeds wordt vertroebeld door onredelijke vooroordelen over Joden, Palestijnen en Arabieren.
Mensen discrimineren, vervolgen en vermoorden om hun geloof of “anders zijn dan wij” is strijdig met de mensenrechten en moet in de meest duidelijke termen worden afgekeurd. Hetzelfde geldt voor op voorhand veroordelen van mensen om o.m. hun huidskleur, hun nationaliteit, hun beroep, hun religie of hun huiselijke gewoonten.
Antisemitisme wordt opgedeeld in verschillende categorieën, zoals religieuze, economische, culturele en sociale Jodenhaat.
