Tweede leider van de Sovjetunie. Opvolger van Lenin.
- Geboren op 20 december 1879 als Iosif Vissarionovich Dzhugashvili.
- Stalins ouders zijn simpele boeren, analfabeten. Zijn moeder is geboren als horige. Zijn vader slaat Joseph, hun enige overlevende kind, geregeld tijdens dronken buien en verlaat het gezin in Stalin’s tienerjaren. Eén van de mensen waar zijn moeder voor werkt, de jood David Pismamedov, neemt Stalin onder zijn hoede en geeft hem boeken en geld.
- Als jonge man volgt Stalin een opleiding om priester te worden. In 1899 wordt hij daar echter vanaf gestuurd en wordt hij actief in de socialistische beweging.
- Stalin staat achter de ideeën van Lenin, en werkt voor diens Bolsjewiekpartij.
- In die tijd neemt hij de schuilnaam Stalin aan, een samenvoegsel van “stal”, het Russische woord voor staal, en de naam van Lenin. Na de oktoberrevolutie besluit hij deze naam te houden en wordt hij uiteindelijk bekend als Stalin.
- Wordt na de revolutie steeds machtiger binnen de partij. Wanneer Lenin in 1924 overlijdt, neemt Stalin het samen met Kamenev en Zinoviev op tegen twee andere partijleden: de linkse Trotsky en de rechtse Bukharin. Kort daarna voegt Stalin zich echter bij Bukharin en in 1928 wordt hij de officieuze leider van de partij.
- Als blijk van zijn macht straft Stalin zijn tegenstanders d.m.v. de ‘Great Purges’. Onder andere de oude leiders van de Bolsjewiekpartij, krijgen gevangenisstraffen in werkkampen (zgn. Gulags), of worden vermoord. In Moskou houdt Stalin showrechtszaken, die als voorbeeld moeten dienen voor rechters in het hele land.
- Na de Eerste Wereldoorlog, die de Russische economie geruïneerd heeft, begint Stalin eind jaren 20 met zijn vijfjarenplannen. In eerste instantie leidt dit tot een enorme groei van de industrie, bekostigd door de toch al arme bevolking. Verder maakt Stalin gebruik van werkkampen, waar mensen naar veroordeeld worden.
- Ook wordt de Russische landbouw gecollectiviseerd. Kulaks, rijke boeren, worden gedwongen hun land op te geven en afgevoerd naar werkkampen of verbannen als ze verdere tegenstand bieden aan de collectivisatie. Wanneer de landbouwopbrengsten de eerste jaren tegenvallen, krijgen de kulaks dan ook de schuld.
- Wanneer Hitler in Duitsland steeds sterker wordt, sluit Stalin in 1939 het Molotov-Ribbentrop-pact, dat Oost-Europa verdeelt tussen de twee machten. Stalin hoopt dat dit hem wat tijd zal geven om zijn leger op te bouwen. In 1941 vallen de Duitsers Rusland echter binnen, en in december van dat jaar bereiken ze zelfs de hoofdstad Moskou.
- In de winter van 1942-43 vindt een omslag plaats, bij de slag om Stalingrad. Het Rode Leger neemt de overhand in de oorlog en weet de Duitsers terug te dringen in hun eigen land. Uiteindelijk bereikt het leger op 2 mei 1945 de hoofdstad Berlijn.
- Na de oorlog zet Stalin zijn gewelddadige regime voort om de controle over de Sovjetunie en haar satellietstaten, waar ook een communistisch regime opgericht wordt, te behouden.
- Om ook Oost-Duitsland in zijn greep te houden, dwingt hij ruim 15 miljoen Oost-Duitsers om te verhuizen naar het Westen, terwijl hij bevolking uit Oost-Europese landen (o.a. Rusland, Oekraïne, Polen) in Oost-Duitsland vestigt.
- Andere etnische minderheden, zoals de Volga-Duitsers, worden verhuisd naar het oostelijke deel van de Sovjetunie. Verder worden Duitse krijgsgevangenen massaal naar de Gulags gedeporteerd.
- In maart 1953 beschuldigt Stalin negen artsen, onder wie zes joden, ervan de Sovjetleiders te willen vergiftigen. De mannen zijn onschuldig, maar worden op Stalins bevel opgepakt en gemarteld tot ze bekennen.
- Enkele dagen voor hun proces zal beginnen, overlijdt Stalin.
