
Kandelaar, kaarsenhouder.
Meestal wordt bedoeld de zevenarmige kandelaar.
Ook wel aangeduid als “Jodenkandelaar”.
Bijbels religieus symbool
van het Jodendom en het land Israël.
Een exemplaar ervan brandde volgens de Bijbel permanent in de tempel in Jeruzalem.

De chanoekia of Makkabeeënlamp, de achtarmige kandelaar met een negende extra pitje, wordt ook wel menora genoemd.
In Exodus 25 (van de Hebreeuwse bijbel of het Oude Testament) vinden we een nauwkeurige beschrijving van de kandelaar die in opdracht van God van zuiver (‘louter’) goud moet worden gemaakt (zie volledige tekst in de Nieuwe Bijbelvertaling onderaan dit artikel). In hoofdstuk 26 wordt de plaats van de kandelaar in het heiligdom net zo nauwkeurig voorgeschreven.
Klik op Knessetmenora om een fotoserie te bekijken van het beroemde exemplaar even buiten Jeruzalem. Een andere beroemde menora is de gouden menora in het Cardo in Jeruzalem. Van de Spaanse kunstenaar Salvador Dali staat een 5 meter hoge designmenora, de Vredeskandelaar, op de luchthaven van Tel Aviv. Op markten en soeks, maar ook in de betere geschenkwinkels in Israël, zijn menora’s te vinden in alle vormen, maten en prijzen.
In de Bijbel is een pijnlijk nauwkeurig goddelijk constructievoorschrift te vinden:
30 Leg op de tafel het toonbrood; dat moet daar altijd voor mij liggen.
31 Maak een lampenstandaard van zuiver goud. De voet, de schacht, de kelken, knoppen en bloemen moeten uit één stuk worden gedreven.
32 De schacht moet zes zijarmen hebben: drie aan de ene kant en drie aan de andere kant.
33 Deze armen moeten versierd worden met amandelbloesem; breng op elke arm drie kelken aan met een knop en bloemblaadjes, telkens op dezelfde manier.
34 Ook de schacht moet versierd worden met amandelbloesem: vier kelken, elk met een knop en bloemblaadjes.
35 Waar de armen uit de schacht komen, moeten eveneens knoppen worden aangebracht: één onder het eerste paar armen, één onder het tweede paar en één onder het derde paar.
36 De hele standaard, met de zes armen en de knoppen, moet uit één stuk zuiver goud gedreven worden.
37 Maak er zeven lampen voor en zet die er zo op dat het licht naar voren valt.
38 De snuiters en bakjes moeten ook van zuiver goud zijn.
39 Gebruik voor de lampenstandaard en voor de bijbehorende voorwerpen een talent zuiver goud.
40 Houd je bij het maken ervan aan het ontwerp dat je hier op de berg getoond is.
(Exodus 25: 31 t/m 40; NBV)
Of het voor mensen te bevatten is dat een godheid zich een eigen volk op aarde kiest kan worden bediscussieerd. De hemelse behoefte aan een kandelaar van massief goud en uit één stuk kan worden betwijfeld. Maar dat al tweeduizend jaar geleden soldaten Joodse kunst roofden, dat staat vast. Dat de daders er nog trots op waren ook behoeft geen onderbouwing. Het bewijs is in steen gebeiteld en voor iedereen te zien in het Rome van vandaag.
(GS/2022)
