Mensenrechten

De grondrechten waar ieder mens recht op heeft. 

In sommige landen harde praktijk. 

In andere landen fraaie theorie zonder consequenties.

In het conflict tussen Israël en zijn Arabische buurlanden komen de mensenrechten constant ter sprake. Partijen beschuldigen elkaar over en weer. Niet alleen van schending van mensenrechten, maar ook van overtreding van het internationaal recht, de Haagse Conventies en de Conventies van Geneve. 

Het systeem ter bescherming van de rechten van de mens is bedoeld als een juridisch instrument om te bevorderen dat aan de basisbehoeften van alle mensen tegemoet gekomen kan worden. Mensenrechten gelden voor iedereen ongeacht afkomst, ras, geslacht of levensovertuiging. Ieder mens kan er in theorie aanspraak op maken. Helaas blijft het in veel gevallen bij fraai gevormde zinnen.

Er kan onderscheid worden gemaakt tussen politieke mensenrechten en sociale mensenrechten. Politieke rechten garanderen individuele vrijheid, bijvoorbeeld waar het gaat om godsdienst. Sociale rechten zijn gericht op woon- en werkomstandigheden.

1215 Voor het eerst worden mensenrechten op papier gezet, onder de naam Magna Carta Libertatum. Dit is het gevolg van de opstand van de adel tegen koning Jan Zonder Land. Deze eist van de adel meer belasting dan officieel betaald moet worden voor het voeren van een privéoorlog in Frankrijk. In de Magna Carta wordt bepaald dat de koning niemand gevangen mag zetten in strijd met het recht. Deze wet geldt alleen voor de adel.

1579Het recht op vrijheid van godsdienst komt voor het eerst tot stand in ons land. Dat gebeurt na de opstand bij het sluiten van het verdrag van de Unie van Utrecht.

1679 Het recht wordt uitgebreid met de Habeus Corpus Act. Vanaf dat moment geldt zij voor iedereen (dus niet exclusief voor de adel). Nu mag écht niemand meer gevangen worden gezet buiten het rechtssysteem.

Tijdens de Verlichting (circa 1650-1800) gaan denkers zich voor het eerst bezighouden met het denken over gelijkheid. Tot dat moment gelden nog steeds de rangen en standen. Verlichters menen dat alle mensen gelijke rechten en plichten tegenover de staat moeten hebben.

1776 In de Verklaring van de Onafhankelijkheid van de Verenigde Staten van Noord-Amerika wordt voor het eerst vastgelegd dat voor de wet iedereen gelijk is.

1789 De Verlichting leidt tot de Franse Revolutie. Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap zijn de idealen van de revolutionairen. In Frankrijk komt de Déclaration des droits de l’homme et du citoyen tot stand. De verklaring claimt de vrijheid van ieder individu. In deze Verklaring van de Rechten van Mens en Burger wordt vastgelegd dat iedereen recht heeft op vrijheid, veiligheid en eigendom. De verklaring heeft veel invloed gehad op burgers in andere Europese landen. Overal gaat “het volk” dezelfde rechten eisen.

1900 Aan het einde van de negentiende eeuw komen ook de arbeiders in Europa op voor hun rechten. Grondlegger van het socialisme Karl Marx heeft daarbij veel invloed. Het betekent het begin van vele nieuwe wetten in Europa, waaronder arbeidswetten en het stemrecht.

1945 De Tweede Wereldoorlog doet de wereld beseffen dat er op het gebied van de mensenrechten nog veel te verbeteren valt.  De Holocaust is de belangrijkste impuls voor het vastleggen van de mensenrechten in een internationale verklaring.

1948 Op 10 december nemen de Verenigde Naties de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aan. De verklaring is niet bindend, maar wordt later wel in twee verdragen uitgewerkt. Het Handvest van de Verenigde Naties verplicht staten, de vrijheid en veiligheid van alle inwoners te beschermen. Vanaf dat moment ontstaan allerlei internationale organisaties die schending van de rechten van de mens signaleren. Niet alleen in dictatoriale staten, maar ook in westerse democratieën in sprake van schending van mensenrechten. Voorbeelden: liquideren, opsluiten zonder proces, martelen, seksueel misbruik.

1950 

Het Verdrag van Rome komt tot stand.

1966 

Ondertekening van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten. Op grond van deze beide verdragen kan opgetreden worden tegen mensen die de rechten van andere mensen schenden. Helaas, vanaf het begin is sprake van willekeur als het erom gaat wie tegen wie optreedt.

1990  

Ook binnen de moslimwereld is het onderwerp actueel. In 1990 bekrachtigen landen de Cairo Declaration, de Verklaring van Cairo. Op veel punten luidt die gelijk aan de westerse verklaringen. Op het punt van man en vrouw wijkt hij af: de man wordt expliciet als kostwinner genoemd. Tegenstanders beweren dat daarmee het volledige gezag van de moslimman over de moslima is vastgelegd. 

Wereldwijd worden dagelijks de mensenrechten geschonden. Dat gebeurt niet alleen in Israël/Palestina, maar ook in andere weinig stabiele landen en ontwikkelingslanden in Latijns-Amerika, Afrika, Azië en het Midden-Oosten.

Mensenrechtenorganisaties als Amnesty International en Human Rights Watch controleren of de mensenrechten in de wereld gerespecteerd worden. Met gerichte acties proberen zij de mensenrechtensituatie in de wereld te verbeteren.

Sommige mensen (militairen) die wegens schendingen van de mensenrechten zijn aangeklaagd, verschijnen voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Anderen worden niet gearresteerd en gaan vrijuit omdat ze ‘onvindbaar’ zijn.

De internationale dag voor de mensenrechten valt op 10 december.

http://www.mensenrechten.org/