Postzionisme

Stroming binnen de joodse wereld die meent dat het zionisme is achterhaald. Of dat het zijn ideologische missie heeft volbracht.

      Ontstaat binnen Israëlische en joodse kringen in de diaspora (= het buitenland), voornamelijk op academisch niveau. Het zionisme is volgens hen achterhaald na de oprichting van de staat Israël. Volgens hen moet het land worden zoals alle andere, met gelijke rechten voor Joden en Arabieren.

      De term wordt ook gebruikt voor een stroming die meent dat de joodse staat te ver is gegaan in haar zionistische streven.

      Postzionisten uit beide stromingen voeren oppositie tegen het Israëlische beleid. Voor aanhangers is de stichting van een joodse staat voldoende: Israël is volgens hen te ver gegaan. De bezetting in de Palestijnse gebieden moet opgeheven worden. Israëlische nederzettingen moeten worden ontruimd. Israël moet een oplossing bieden voor de Palestijnse vluchtelingen. Het land maakt zich schuldig aan het schenden van de mensenrechten. De postzionisten staan een democratische, seculiere en multi-etnische staat voor, waarin alle burgers dezelfde rechten hebben, ongeacht religieuze overtuiging.

      Bekende postzionisten zijn: Uri Avnery, Bernard Avishai (The Tragedy of Zionism), Ilan Pappe en Norman Finkelstein (De Holocaust-industrie, Beyond Chutzpah). Na 1987, als de archieven over de oprichting van de staat Israël (1947-1948) openbaar worden, komt een stroom negatieve publicaties over die periode los. De schrijvers worden nieuwe historici (‘new historians’) genoemd. Ze vliegen niet altijd de zionisten maar ook elkaar geregeld in de haren.

      De historicus Benny Morris wordt ten onrechte in dit rijtje genoemd. Hij verklaart dat hij altijd zionist gebleven is. Hij is tegen zijn zin bij de postzionisten ingedeeld: men meende dat zijn studie over het vraagstuk van de Palestijnse vluchtelingen een anti-zionistische bedoeling had.