Kerkhervorming in de zestiende eeuw in Europa.
Maakt een eind aan de vervolgingen van de rooms-katholieke kerk.
Religieus conflict
De Reformatie, die ook wel Hervorming wordt genoemd, staat onder leiding van Maarten Luther en Johannes Calvijn. De Rooms-katholieke kerk en ook vorst Karel V wijzen de nieuwe beweging af. De stroming slaat vooral aan in Noord- en West-Europa, in landen als Nederland en Duitsland. In Nederland leidt de Reformatie tot de Opstand, waarbij de Nederlanden zich losmaken van het Habsburgse Rijk.
Fundamentalisme
De Reformatie richt zich vooral tegen de macht en rijksdom van de katholieke kerk. Men wil door middel van hervormingen het geloof terugbrengen naar datgene dat in de Bijbel beschreven staat. Daarmee ondermijnen de aanhangers het woord van de Paus. Het is niet de bedoeling van de hervormers om een nieuwe kerk te stichten, zij hebben slechts veranderingen binnen de bestaande religie voor ogen. Toch vindt er een scheuring binnen de kerk plaats en ontstaan nieuwe kerken.
Luther
Een belangrijke omwenteling vindt plaats op 31 oktober 1517 met de publicatie van de 95 stellingen van de Rooms-katholieke Augustijner monnik Maarten Luther op de deur van de Kerk van het plaatsje Wittenberg in Duitsland. Met deze stellingen uit Luther zijn kritiek op onder meer het principe van aflaten binnen de Rooms-katholieke kerk. Gelovigen kunnen door het voor veel geld aanschaffen van aflaten hun zonden afkopen. Luther verzet zich hiertegen. Hij meent dat de kerk niet op deze manier haar rijkdom mag vergroten. Zijn stellingen hebben tot doel een maatschappelijke discussie in te zetten.
Theologisch conflict
Luther wordt door de Paus beschuldigd van ketterij. Hij stelt dat ook concilies het niet bij het rechte eind hoeven te hebben en dat de Bijbel het hoogste gezag moet toekomen. Luther wordt in de ban gedaan als blijkt dat hij niet bereid is om zijn stellingen te herroepen. Volgens Luther kan vergeving alleen door het geloof in Jezus plaatsvinden. Luther vindt op verschillende plaatsen in Europa steeds meer voorstanders van zijn ideeën. In Zwitserland verspreiden vanaf 1540 Zwingli en Calvijn dezelfde ideeën: de nieuwe beweging groeit in rap tempo.
Jodenhater
Veel moderne historici zien Luther als antisemiet pur sang. Anderen betwisten dat. Hij is – volgens velen met nadruk zonder dat hij het zo bedoeld heeft – medeschuldig aan het antisemitisme dat sinds de zestiende eeuw de kop op heeft gestoken. Dat hij antisemiet is wil niet zeggen dat hij ook racist is. Zijn denkbeelden ten aanzien van joden komen voort uit puur theologische overwegingen. In eerste instantie is het zijn doel de joden te bekeren. Als hij hoort dat veel christenen ertoe neigen joodse gebruiken over te nemen laat hij de hoop varen dat hij daartoe in staat is. Hij besluit tot een krachtiger houding.
Luther roept op tot het neerhalen van synagogen en het verbranden van gebedenboeken en geschriften van de joden.
Daarnaast keert Luther zich fel tegen andere geloofsvormen, al krijgen de joden het het zwaarst te verduren. Ook Calvijn verwerpt het Jodendom, maar ook bij hem gebeurt dat niet op racistische gronden.
Boekdrukkunst
Bij het verspreiden van de Reformatie en de denkbeelden van de hervormers speelt de nog jonge uitvinding van de boekdrukkunst een belangrijke rol. Als gevolg van de Reformatie ontstaan in Europa het protestantisme, het lutheranisme, het calvinisme en ook het zwinglianisme.
Kerkelijke vervloeking
Op het Concilie van Trente (1545-1563) wordt maar liefst 125 keer een vloek uitgeroepen over de aanhangers van de Reformatie. De Rooms-katholieke kerk reageert op de Reformatie met de Contrareformatie, die zich vooral richt op het herstellen van misstanden. Tevens komt, ter bestrijding van vooral joden en protestantse ketters, de Inquisitie tot stand. Eerdere vernieuwingsbewegingen waren door de Kerk met succes bestreden. Ondanks de terreur die de Kerk in grote delen van Europa met de tegenmaatregelen zaait, is de nieuwe beweging deze keer niet meer te stoppen.
