Vandalen

Germaans volk. Afkomstig uit het gebied rond de Oostzee. In de vijfde eeuw na Chr. felle tegenstanders van het Romeinse Rijk.

Waar de naam precies vandaan komt is onbekend. De geschiedschrijver Tacitus gebruikt de term in zijn werk ‘Germania’. Het woord is gekoppeld aan vernieling. Halverwege de 5e eeuw na Chr. richt de Germaanse volksstam met deze naam zeer ernstige vernietigingen aan in West-Europa (Rome) en Afrika.

De Vandalen staan bekend om de gruwelijke priestermoorden en het in brand steken van kerken en vele andere belangrijke gebouwen. Ze bestrijden de christenen in de gebieden die ze binnenvallen, vernietigen delen van het Romeinse Rijk in het huidige Frankrijk en steken de grens over richting Spanje.

Bonifatius nodigt de Vandalen uit om delen van Afrika te veroveren. Gunterik en Geiserik organiseren de veldtocht. In 482 steekt Gunterik de Middellandse Zee over met een leger van ongeveer tachtigduizend man. Slechts zo´n twintigduizend halen de overtocht. Ook de Afrikanen weten niet het hoofd te bieden aan het gewelddadige volk. In 439 valt Carthago, op dat moment de belangrijkste stad in de regio.

Vanuit Afrika maken de Vandalen zich klaar om het Middellandse Zeegebied in Europa te veroveren. Rome wordt in 455 geplunderd.

Het volk blijkt niet in staat zelf een blijvend rijk te stichten. Dit betekent uiteindelijk hun ondergang: in 535 worden ze door de Oost-Romeinen verslagen.

De term vandalisme – afgeleid van de naam voor dit wrede volk – staat voor blinde vernielzucht.