Yitschak Rabin

Geboren in Jeruzalem in maart 1922. Het gezin verhuist naar Tel Aviv als hij een jaar oud is.

Na zijn opleiding meldt Rabin zich aan bij de Palmach, de commando-eenheid van de Joodse gemeenschap. In de Palmach, en later in het Israëlische leger, dient hij 27 jaar.

Als Rabin op 1 januari 1968 het leger verlaat, wordt hij benoemd tot ambassadeur in de Verenigde Staten. In die functie versterkt hij de band tussen de twee staten.

In het voorjaar van 1973 keert Rabin terug naar Israël, waar hij actief wordt voor de Arbeiderspartij. Bij de verkiezingen van 1973 wordt hij gekozen als lid van de Knesset, en na de formatie van Golda Meir’s kabinet in 1974 wordt hij minister van Arbeid.

Wanneer het kabinet van Golda Meir kort daarna aftreedt, geeft de Knesset haar vertrouwen aan een nieuwe regering met Rabin als minister-president.

Als premier richt Rabin zich vooral op het verbeteren van de economie, het oplossen van sociale problemen en het versterken van het leger.

Na bemiddeling van de Amerikaanse president Ford, tekent Rabin een interim-verdrag met Egypte, dat naast een tijdelijke wapenstilstand inhoudt dat Israël haar troepen uit belangrijke delen van de Sinaï moet terugtrekken. Naar aanleiding van dit verdrag wordt het eerste Memorandum of Agreement, een reeks afspraken tussen de VS en Israël, getekend.

In juni 1976 geeft de regering van Rabin groen licht voor een reddingsoperatie in Entebbe, Oeganda, waar Palestijnse kapers in een vliegtuig 105 Israëli’s en joden gegijzeld hielden, met de eis dat de Israëlische overheid 53 veroordeelde terroristen vrij zou laten. Israëlische troepen worden naar Oeganda gestuurd en slagen erin om de gijzelaars te bevrijden, ondanks de steun van de Oegandese leider Idi Amin en zijn leger aan de gijzelnemers.

Wanneer Labor in 1977 de verkiezingen verliest, wordt Rabin lid van de oppositie en de Knesset-commissie voor Buitenlandse Zaken en Defensie. Bij de formatie van de National Unity Government, een coalitie tussen Labor en Likud vanwege een onduidelijke verkiezingsuitslag, wordt Rabin in 1984 minister van Defensie.

Van 1990 tot juni 1992 zit Rabin in de oppositie, maar in februari wordt hij bij de eerste nationale partijverkiezingen gekozen tot voorzitter van de Arbeiderspartij. Bij de landelijke verkiezingen van 1992 wordt hij opnieuw gekozen tot premier van Israël. Tijdens zijn premierschap, blijft Rabin ook actief als minister van Defensie.

Onder toeziend oog van president Clinton, tekenen Rabin en PLO-leider Yasser Arafat in Washington in 1993 de Oslo-akkoorden. Deze houden in dat er een einde moet komen aan de tientallen jaren van conflicten, dat beide partijen elkaars bestaansrecht erkennen en dat er gestreefd moet worden naar een rechtvaardige en langdurige vrede. Voor dit doel wordt de Declaration of Principles opgesteld: een reeks afspraken, onder andere het vertrek van Israël uit de bezette gebieden en gelimiteerd zelfbestuur van de Palestijnen, en een tijdschema voor de uitvoering ervan.

In 1994 tekent Rabin ook een vredesakkoord met Koning Hoessein van Jordanië, waarin de grens tussen beide staten wordt vastgesteld. De Palestijnen zijn tegen dit verdrag.

Samen met Arafat en de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Shimon Peres, ontvangt Rabin in 1994 de Nobelprijs voor de Vrede.

In september 1995 sluiten Israël en de Palestijnen het Taba-akkoord (ook wel bekend als Oslo 2) dat inhoudt dat Israël zich terugtrekt uit nog zes steden op de Westoever en gedeeltelijk uit Hebron. Verder worden er data vastgesteld voor Palestijnse presidents- en wetgevende verkiezingen en worden er afspraken gemaakt voor de geleidelijke vrijlating van Palestijnen door Israël. 

Op 4 november 1995 wordt Yitzhak Rabin op een vredesdemonstratie in Tel Aviv doodgeschoten. De dader is een orthodoxe Joodse student, die niet wilde dat bijbels land in Arabische handen zou vallen.

De akkoorden met de Palestijnen worden verder uitgevoerd door Shimon Peres, die Rabin voor de tweede maal opvolgt als premier. De publieke opinie in Israël beleeft echter een ruk naar rechts na de dood van Rabin en een reeks van Palestijnse zelfmoordaanslagen kort daarna, waardoor Benjamin Netanyahu de verkiezingen van 1996 wint en het vredesproces in het slop raakt.

Rabin wordt begraven op Mount Herzl in Jeruzalem.