Zelfmoordaanslagen

Worden voornamelijk uitgevoerd door jonge mannelijke, maar vanaf 2003 ook vrouwelijke, Palestijnen. Beloning: consumptie van maagden bij Allah. Afwisselend betiteld als oorzaak en als gevolg van het conflict tussen Israël en zijn buurlanden. Veroorzaken paniek en wanhoop onder de burgerbevolking van de staat Israël. Volgens veel commentatoren belangrijkste Palestijnse exportartikel. Contraproductief of succesvol? Met een overzicht van doelen en motieven.

Jonge Palestijnse terroristen brengen zichzelf, omgord met een aantal pakjes explosieven, liefst in drukke Israëlische winkelstraten en busstations tot ontploffing. Daarbij vallen veel joodse burgerslachtoffers. Die worden door de daders en hun leiders niet als ‘onschuldige burgers’ beschouwd. Ze hebben zich immers ‘ongevraagd’ in het Palestijnse land gevestigd? Bovendien dienen alle Israëlische mannen en vrouwen een paar jaar in het leger. De Palestijnen zien ze dus als een militair – en dus geoorloofd – doel.

Beloning

Na hun dood worden ze materieel en immaterieel beloond: veel eer, dicht bij God (Allah) en 70 (of 72 of 77) maagden in het hiernamaals. Hoe het met de vergoeding voor de vrouwelijke zelfmoordenaars staat blijft onduidelijk. Volgens sommige Palestijnse deskundigen wordt in de praktijk aan deze beloning weinig waarde gehecht. Betaling in contanten aan de nabestaanden vindt plaats door de PLO of de direct betrokken verzetsbeweging. Ook de omringende Arabische landen (Irak) betalen mee. Het bewind van Saddam Hoessein zou in de loop van 2002 zijn extra beloning voor de familie van de aanslagplegers van US$ 10.000 naar US$ 25.000 hebben verhoogd. Er zijn protesten bekend van Palestijnse ouders dat de cheques van Arafat ongedekt zijn. Ook is er een gerucht dat toegezegde betalingen niet zijn uitgekeerd.

Niet spontaan

De zelfmoorden worden zorgvuldig aangestuurd, ‘georkestreerd’, door de leiders van Palestijnse terreur- of verzetsorganisaties. Ze vallen vaak op psychologisch belangrijke tijdstippen, bij voorbeeld vlak voor of tijdens vredesonderhandelingen. De zelfmoordenaars zijn vaak al jarenlang lid van een verzetsbeweging zonder dat de omgeving het weet. Ze worden zorgvuldig opgeleid. Naast verdriet is er bij de ouders vaak een openlijk gevoel van trots op de ‘martelaar’. Als de aanslag is mislukt dringt de familie er soms aan op dat de aanslagpleger zich bij de Israëlische politie aangeeft. De reden daarvoor zou zijn angst voor represailles: bij voorbeeld de vernietiging van het huis.

Motivatie

Verdedigers van de zelfmoordaanslagen betogen dat de toekomst voor veel jonge Palestijnen zo uitzichtloos is dat zij wel naar dit ultieme middel moeten grijpen om verandering in hun situatie te brengen. Tegenstanders leggen er de nadruk op dat alle middelen die worden ingezet tegen onschuldige en niet weerbare burgers als terreur moeten worden beschouwd. Terreur – van welke kant ook – goedpraten betekent naar hun mening de kans op terreur vergroten.

Protest

Lang niet alle Palestijnen keuren de terreuracties goed. In 2002 verschijnt een paginagrote advertentie in de Palestijnse krant Al-Quds, waarin 200 vooraanstaande Palestijnen een dringende oproep doen om de zelfmoordaanslagen te stoppen. Ook president Abbas wijst er herhaaldelijk op dat er niets mee wordt bereikt.

Verantwoordelijk

Het merendeel van de aanslagen wordt uitgevoerd door leden van Hamas. Ook de Al Aksa Martelarenbrigade (onderdeel van PLO/Fatah) en de Palestijnse Islamitische Jihad eisen aanslagen op. Begin 2003 verklaart de nieuwe president van de PLO, Abu Mazen, zich faliekant tegen de zelfmoordaanslagen. Die gaan echter gewoon door. Een probleem binnen het Palestijnse zelfbestuur wordt zichtbaar: het formele gezag heeft geen greep op de ‘concurrerende’ organisaties. Die proberen met hun acties de radicale Palestijnen op hun hand te krijgen en ze los te weken van de overheid.

Oorzaak en gevolg

Israël claimt dat de ‘vergeldingsacties’, zoals het vernielen van de huizen van wegens terrorisme gezochte Palestijnen, de jacht op terroristen, de blokkades, de hekken en muren en de strenge controles (checkpoints), in direct verband staan met de Palestijnse zelfmoordacties. “Geen zelfmoorden, geen vergelding”, is het motto. De Israëlische overheid voert een politiek van liquidaties: leiders van terreurorganisaties worden zonder vorm van proces omgebracht.

Inzicht

Sommige Palestijnse bronnen wijzen erop dat de zelfmoordaanslagen, samen met de Israëlische wraakacties, het Palestijnse volk alleen maar schade hebben toegebracht. Sinds mei 2003 maakt het stopzetten van de aanslagen deel uit van de zgn. route map, de ‘wegenkaart’. Het gaat om een serie maatregelen die door het ‘kwartet’, maar vooral door de USA is uitgedacht. Men hoopt er het conflict mee tot een einde te brengen.

Onderhandeling

In december 2003 doen Israël en Palestina in Caïro een poging hun conflicten bij te leggen. Israël biedt aan de vergeldingsacties te staken zodra de terreur stopt. De leiders van een vijftal terreur- of verzetsorganisaties bieden aan hun acties tegen Israëlische burgers onder strikte voorwaarden te willen staken. De tegen Israëlische kolonisten en soldaten gerichte acties worden volgens een Hamasleider onder geen beding gestopt. De Israëlische delegatie wijst het voorstel af: men verklaart dat met Palestijnse agressie tegen 200.000 kolonisten niet akkoord kan worden gegaan. Tijdens dezelfde vergadering verklaart Hamas dat de korte periode van rust van nu slechts ‘een pauze is tussen twee aanvalsgolven van martelaarschap’.

Propaganda

De mediawereld rond het conflict is minstens zo actief als selectief. Afhankelijk van de partij voor wie men kiest komt de nadruk te liggen op hetzij de zelfmoordacties hetzij de Israëlische acties. Dat gaat tamelijk ver: zo zijn er dikke boeken over het conflict geschreven waarin diepgaand de Israëlische terreur wordt behandeld, maar waarin over de zelfmoordaanslagen met geen woord gerept wordt, vice versa.

Slachtoffers

Sinds het begin van de 2e Intifada zijn er meer dan 100 geslaagde zelfmoordacties geweest. Het aantal acties dat Israël heeft kunnen voorkomen door de zo gehate controles is niet bekend. Volgens een telling van het persbureau AFP zijn zowel het aantal Palestijnse als Israëlische slachtoffers afgenomen t.o.v. 2002. In 2003 zouden 608 Palestijnen zijn omgekomen tegen 1.200 in 2002. Voor Israëli’s liggen de aantallen op resp. 213 tegen 451. Volgens de Sjin Beth (Israëlische geheime dienst) zou de bouw van het omstreden ‘hek’, de afscheidingsmuur, de voornaamste oorzaak van de daling zijn. Anderen menen dat Palestijnse gematigdheid de oorzaak is.

Exportartikel

In Irak is sinds 2004 een veelvoud – dat wil zeggen tienduizenden – aan slachtoffers gevallen in de strijd tussen soennieten en sjiieten. Ook in Afghanistan doen zich vanaf 2006 steeds vaker zelfmoordaanslagen voor. Critici van de Arabische en islamitische wereld wijzen erop dat de Palestijnse zelfmoordacties, het meenemen van zo veel mogelijk burgers van de tegenpartij de dood in, met succes zijn overgewaaid naar andere landen in de regio. Men noemt ze het meest succesvolle Palestijnse exportartikel. Het verschijnsel is echter niet door de Palestijnse terreurorganisaties bedacht. In WO2 kwamen veel Japanse kamikazepiloten om het leven bij zelfmoordacties tegen de Amerikaanse vijand. De Tamiltijgers deden in Azië al jaren van zich spreken door naar het middel te grijpen. Na 2010 werd van hen niets meer vernomen: het ‘probleem’ lijkt door eliminatie opgelost.

Heilige boeken

Zelfmoordaanslagen zijn bijna altijd religieus geïnspireerd. In de Koran wordt de Jihad, de strijd tegen de ongelovigen, op diverse plaatsen aangemoedigd. Ook wordt de strijders voor Allah een grote beloning in het vooruitzicht gesteld als ze daarbij hun leven offeren. In de praktijk bestaan er tientallen opnamen van zelfmoordcommando’s die aankondigen voor Allah te willen sterven.

Merkwaardig genoeg wordt de eerste zelfmoordactie in de Hebreeuwse Bijbel (Richteren 16; NBV) beschreven. De Israëlitische held Simsom sleurt zo veel mogelijk Filistijnse vijanden mee in zijn dood.

27  De tempel was vol mensen, onder wie de Filistijnse stadsvorsten, en er waren ook nog zo’n drieduizend mannen en vrouwen op het dak geklommen om naar Simson te kijken en hem uit te jouwen.

28  Maar Simson riep de HEER om hulp en bad: ‘HEER, mijn God, denk toch aan mij! Geef me alstublieft nog eenmaal genoeg kracht, zodat ik me voor minstens een van mijn beide ogen op de Filistijnen kan wreken.’

29  Voorzichtig betastte hij de twee middelste steunpilaren van de tempel, zette zich met beide handen schrap

30  en riep uit: ‘Mijn dood zal de dood zijn van de Filistijnen!’ Toen duwde hij uit alle macht. De tempel stortte in en alle aanwezigen, ook de stadsvorsten, werden bedolven. Zo maakte Simson bij zijn dood meer slachtoffers dan tijdens zijn hele leven.

Uit de tekst blijkt duidelijk het motief: wraak. Voor het verhaal is overigens geen enkel archeologisch bewijs te vinden. Theologen en historici zijn het erover eens dat het om Joodse mythe gaat.

Effectief of contraproductief?

De vraag is of de zelfmoordaanslagen resultaat opleveren. Niet alleen in het Westen, maar ook in de Arabische wereld zelf klinkt kritiek. De Palestijnen zouden de zo moeizaam verworven sympathie van veel westerlingen ermee verliezen.

Aan de andere kant betogen commentatoren dat wél sprake is van succes: iedereen trekt zich het lot van de Palestijnen aan. Men spant zich in om het ze naar de zin te maken, met regelingen, met bezoeken, met enorme sommen geld en met buitenproportionele aandacht.

Veel Afrikaanse landen, waar de armoede veel ernstiger is, tonen tekenen van jaloezie om zoveel betrokkenheid. Hier en daar klinkt de verzuchting dat men ook maar zijn toevlucht moet nemen tot zelfmoordacties.

Doel voorbij

Het voornaamste doel van zelfmoordacties is het zaaien van angst bij de burgers van de vijand. Met de angst probeert men – gevoed door de eigen denkstijl – destabilisatie van de leefomgeving van de tegenstander te bereiken. Merkwaardig is dat er vaak een omgekeerd effect bereikt wordt. Het lijkt erop dat zelfmoordacties eerder leiden tot ontwrichting van de eigen leefomgeving. De zo vurig gewenste destabilisatie van de Israëlische samenleving is niet gelukt. Door de blinde moordzucht zijn de Palestijnse gebieden zelf (verder) ontwricht geraakt. De problemen lijken onoplosbaar.

Hetzelfde geldt voor Amerika. Na ‘9-11’ is daar niet werkelijk sprake van destabilisatie. De op de islamitisch/Arabische terreur gebaseerde oorlog in Irak heeft vooral de Arabische wereld (verder) achteruitgezet. Het westerse doel, Irak te bevrijden van een dictator, heeft onvoorspelbare sentimenten binnen de Arabische wereld losgemaakt. Soennieten en sjiieten bestrijden elkaar op leven en dood. De ene na de andere zelfmoordactie laat andere bedoelingen zien. Het gevecht om de suprematie, de overmacht, leidt tot blinde en moordzuchtige haat. Ook religieuze wraak – het vernietigen van elkaars heiligdommen – speelt mee.

Ten slotte is er de opzet, nieuwe ontwikkelingen in de richting van stabiel bestuur tegen te houden. Het verjagen van de Amerikaanse en Britse vijand is bijzaak. Alleen al om te voorkomen dat er een sjiitische politiemacht komt zijn tienduizenden Irakezen slachtoffer geworden van zelfmoordaanslagen.

Irak heeft altijd de Palestijnen fel gesteund in hun strijd tegen Israël. Het is zelf onbestuurbaar geworden en in de greep geraakt van nietsontziende terreur. Ook hier lijken de problemen onoplosbaar. Ook  omringende landen als Libanon, Syrië en Egypte dreigen door (zelfmoord-) terreur en interne verdeeldheid onbestuurbaar te raken.

Motieven voor zelfmoordacties:

  1. Wanhoop. De alledaagse realiteit van de Israëlische bezetting, die jonge mensen hun zelfrespect en ieder perspectief op een goede toekomst ontneemt.
  2. Martelaarschap. De wens om als martelaar voor de bevrijding van het Palestijnse volk de geschiedenis in te gaan en van de beloofde beloningen in het hiernamaals te kunnen genieten
  3. Wraak. Persoonlijke wraak op (burgers van) de vijand, in die gevallen waarin een familielid of bekende door de Israëli’s is vermoord of gevangen gehouden en gemarteld wordt.
  4. Eer. Verlies van de eerbaarheid van de familie, o.a. door Israëlische – maar ook onderlinge Palestijnse – vernederingen. Erekwesties kunnen nog steeds in bloedige vetes ontaarden.
  5. Clanwraak. Wraak binnen de familie. Als een (jonge) vrouw de eer van de familie op het spel heeft gezet kan – om de eer te redden – het vonnis luiden: ‘blaas jezelf op of wij zullen je ombrengen.
  6. Propaganda. Last but not least: in de Arabische en islamitische wereld heerst een cultuur van haat, jaloezie en dood. Jonge Palestijnen zijn het slachtoffer van de al jaren durende anti-joodse, antiwesterse en anti-Amerikaanse propaganda. Kritiek daarop klinkt niet alleen uit westerse, maar ook uit Arabische kring.