
Duits: Mijn strijd. Ophitsend en racistisch boek. Volgens sommigen meest haatzaaiend geschrift ooit gepubliceerd. Geschreven door Adolf Hitler in 1924, tijdens zijn gevangenschap in de vesting Landsberg. In veel landen verboden. In andere op iedere straathoek te koop. Op internet vrij downloadbaar. Ook vandaag nog goed voor een politieke rel.
Het boek bevat duidelijke aanwijzingen over de plannen die Hitler met het joodse volksdeel van Duitsland heeft als hij aan de macht zal komen. De woorden Juden en Judenfrage komen er honderden keren in voor. Concrete plannen om het Europese jodendom uit te roeien zijn er echter niet in te vinden. Volgens de meeste historici zijn die pas later ontwikkeld.
Het boek heeft een verderfelijke invloed. Samen met andere propagandistische maatregelen maakt het de Duitse bevolking rijp voor de anti-joodse houding die zal uitmonden in de Holocaust. In 1943 had het een oplage bereikt van 10 miljoen exemplaren. Het werd in Duitsland jarenlang bij iedere bruiloft op het stadhuis als huwelijksgeschenk aan het bruidspaar uitgereikt.
Het boek is nog steeds sterk omstreden. Na WO2 werd het in diverse Europese landen verboden. In de Arabische wereld is het sinds de jaren 1980 populair in het kader van de anti-Israëlische propaganda.
Sommige commentatoren van vandaag aarzelen niet het gedrag van het Israëlische leger tegen de Palestijnse Arabieren te vergelijken met de maatregelen die Hitler uiteindelijk nam tegen de Europese joden.
Op internet is het boek eenvoudig te vinden. Een vertaling ervan in de Nederlandse taal kan worden gedownload. Diverse internetboekhandels bieden het te koop aan: levering uit voorraad.
In het najaar van 2007 ontstaat over Mein Kampf in ons land een felle discussie. In vervolg op een voorstel van een politicus (Wilders) om de Koran maar te verbieden wegens haat zaaien, oppert een minister (Plasterk) het idee om het verspreidingsverbod op Mein Kampf maar eens te herzien. Het lijkt erop dat het verbod zal worden gehandhaafd.
Het debat sluit aan bij een ander actueel thema. Wat is verstandiger: moeten radicaliserende en haatzaaiende politieke teksten (en websites) worden verboden en verzwegen? Of moeten ze juist aan het licht van de publiciteit worden blootgesteld, zodat de mensen aandacht krijgen voor argumenten en gevaren? Is ‘de gewone man in de straat’ intussen wijs genoeg om propaganda te doorzien of blijft dat voorlopig nog voorbehouden aan de ‘wetende elite’? Of blijft het van belang die ‘gewone mens’ van staatswege te behoeden voor lectuur en beelden die hem/haar negatief kan beïnvloeden? Het antwoord lijkt in ons land duidelijk als het om (rechts-radicale) politieke propaganda als Mein Kampf gaat. Anders ligt het als de inhoud religieus van kleur is. Dan lijkt er meer ruimte te ontstaan voor tolerantie.
De kwestie roept een paar vragen op:
- Wat heeft op aarde meer dood en verwoesting aangericht: politieke propaganda, religieuze of misschien politieke onder religieuze dekmantel? En moet dan niet met één maat gemeten worden?
- Moet de bestrijding van ziektebeelden als antisemitisme en radicalisering al dan niet bij de bron worden aangepakt?
- Hoe zinvol is een overheidsverbod als het verboden materiaal op internet (en via buurlanden) vrij en vaak geheel gratis beschikbaar is?
Meer info:
http://www.dhm.de/lemo/html/nazi/innenpolitik/meinkampf/index.html
